bekijkhetmaar.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

    Half mei zou de moslimlobby een herhaalde Gazavloot laten varen
     

     
    Vredesactivisten willen pas vrede met Israël
    als er geen Israël meer is

    AMSTERDAM - Vorig jaar werkten tal van organisaties samen om Israël opnieuw in diskrediet te brengen, en dat lukte. Een vloot met versleten ziekenhuis apparatuur en medicijnen die over de datum waren werd vorig jaar op 31 mei tegen gehouden. Bij de rellen tussen het Israëlische leger en gewapende ‘vredesactivisten’ kwamen 9 martelaren om het leven. Op 15 mei 2011 zou een tweede IHH vloot vertrekken. De Turkse terreurgroep die het eerste ‘hulpkonvooi’ organiseerde, heeft in Iran gezegd dat het werkelijke doel de vernietiging van Israël
    Hoewel de Nederlandse regering tegenstander is van de vloot staat het de Nederlandse anti-joodse organisaties toe hieraan deel te nemen. “Het vertrekpunt is de vrije zee, deelname is dus niet illegaal,” aldus Uri Rosenthal, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een debat in de Tweede Kamer.
    ”Het, al dan niet gewapend, verzet tegen de Israëlische marine is wel tegen de wet,” zei Rosenthal. “Ik zal de kwestie zeer alert volgen. Als Nederlandse deelnemers in de problemen komen, krijgen ze wel consulaire bijstand,” aldus de minister die eerder de Nederlandse organisaties opriep niet aan het konvooi deel te nemen omdat deze het vredesinitiatief alleen maar negatief zal bijinvloeden.
    De Nederlandse afdeling van de moslimlobby, vertegenwoordigd door “Nederland-Gaza”, reageerde blij op deze uitspraak en ziet in deze uitspraak een vrijbrief Israël opnieuw in discrediet te brengen.

    Samen met Italië
    Omdat de rederijen geen boten willen verhuren aan de IHH vloot voelen de aangesloten landen (Algerije, Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Indonesië, Italië, Jordanië, Koeweit, Latijns-Amerika, Libanon, Maleisië, Noorwegen, Nederland, Schotland, Spanje, Tunesië, Turkije, Verenigde Staten en Zweden) zich genoodzaakt om eigen boten te kopen.
    Hoewel de Nederlandse organisaties duizenden bij elkaar hebben gegraaid besloot ze na de moord op Vittorio Arrigoni (hieronder meer over hem) samen te werken met Italië. De boot zal in plaats van ‘de Gretta boot’, naar de Nederlandse weduwe van bankdirecteur Gretta Duisenberg (die ‘de Palestijnse kwestie in Nederland op de kaart heeft gezet door weken lang provocerend de PLO vlag buiten te hangen) zal de boot naar de Italiaanse activist vernoemd worden.
    De tocht was gepland op 15 mei, de Nakbah Dag (http://bekijkhetmaar.punt.nl/index.php?id=561802&r=1&tbl_archief=&), te vertrekken. Omdat een groot deel van de activisten zich terug hebben getrokken, bang gearresteerd te worden door het IDF, is de reis uitgesteld. De voorlopig nieuwe datum is gesteld op de Naska Dag (de dag van de hereniging van Jeruzalem), op 7 juni.

    PLO activist vermoord door ‘eigen vrienden’
    Op 14 april j.l. werd de 36-jarige Vittorio Arrigoni, een Italiaanse linkse vredesactivist, ontvoerd door een islamitische terreurorganisatie in de Gazastrook.
    Arrigoni zette zich al jaren in voor Hamas en haar aanhang werd de volgende dag vermoord door leden van de islamitische splintergroep “Brigade van Dappere Metgezellen van de Profeet Mohammed bin Muslima”. Deze groep bestaat uit moslims die van mening zijn dat de regering van Hamas te lang wacht met het invoeren van de Sharia. Volgens Ehab al-Ghussein, een woordvoerder van Hamas, is de moslim lobbyist al kort na de ontvoering door verstikking om het leven gebracht. “De moord is een verschrikkelijke misdaad die niets te maken heeft met onze waarden, onze religie, onze gewoonten en tradities,” zei Al-Ghussein. Hij beloofde de daders zo snel mogelijk op te pakken.
    Franco Frattini, de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, sprak over een ‘verachtelijke daad en het zinloze geweld ten zeerste af te keuren.’ “Ik hoorde dat de moord gepleegd zou zijn door extremisten die onverschillig zijn voor de waarde van het menselijke leven.”
    Vittorio Arrigoni was lid van de International Solidarity Movement. Volgens hem deden zowel Hamas als Fatah niet genoeg voor ‘Palestijnse vluchtelingen’.
    Terreurorganisaties in de Gazastrook grijpen vaker naar ontvoeringen om hun zin door te drijven.
    In de ochtend van 25 juni 2006 werd Gilad Schalit ontvoerd door leden van Hamas, Deze terreurgroepering wilde deze ene Jood ruilen tegen vijftienhonderd islamietische gevangenen die in Israël opgesloten zitten wegens hun aandeel bij terreuraanslagen. In die (op 22 mei 2011) 1792 dagen van gevangenschap heeft hij nooit bezoek mogen ontvangen, niet door familie, niet door internationale organisaties en niet door ‘vredesorganisaties’.

    Nederlandse deelnemers
    Een breed platform aan christelijke, islamitische, joodse en seculiere organisaties in Nederland heeft zich aan het initiatief Nederlandse boot naar Gaza verbonden. Zij ondersteunen de stichting Nederland-Gaza.



    Wapensmokkel

      
    Warenhuizen puilen uit in Gazastad

    De PVV, ChristenUnie, SGP, CDA en VVD vinden de actie een provocatie. 'Vetzucht en verveling zijn de grootste problemen in Gaza', zei PVV'er Raymond de Roon, in een kamer debat over de vloot. Hij vreest met de SGP en ChristenUnie dat er wapens worden gesmokkeld en wil dat deelname aan de vloot strafbaar wordt gesteld.
    Volgens de moslim lobby is het noodzakelijk om deze tocht te houden. “Er heerst ernstige armoede en honger in de Gazastrook,” aldus Gretta Duisenberg, die het een ‘ere titel vind’ antisemiet genoemd te worden. Volgens het Internationale Rode Kruis mag de situatie in de Gazastrook absoluut niet betitelt worden als crisis of absolute noodsituatie, aldus de Verenigde Naties in een bericht van 28 april 2011.
    Vorig jaar in juli berichtte ik ook al op Bekijk Het Maar over een warenhuis die in de Gazastrook geopend was. Het was er één waar een gemiddeld westers land jaloers op is. De schappen puilen uit van de luxe en de bezoekers lopen met volgepakte winkelwagens de winkel uit.
    Wat de Gazavloot nu daadwerkelijk als toegevoegde waarde zal betekenen als ‘hulpvloot’ is vooralsnog onduidelijk, nu al worden 700.000 van de 1.500.000 (dus bijna de helft van de totale bevolking) gepamperd door de internationale gemeenschap.
    Ondanks de zogenaamde armoede, zoals de moslimlobby ons wil doen geloven, kent de Gazastrook het hoogste geboortecijfer van de wereld. Van de 1,5 miljoen inwoners is 52% jonger dan 18 jaar.
    De thuishaven van de Gazaflotielje 1 heeft Israël ‘gewaarschuwd’ de Gazaflotielje 2 een ongestoorde doorgang te geven. “Israël moet de menselijke tragedie van 2010 niet herhalen. Turkije zal een aanval op de vloot zien als daad van provocatie,” dat zei Ahmet Davutoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, op 22 mei j.l.

    Terreurlijst
    Nederland heeft inmiddels de tegoeden van IHH Nederland, de IHH Turkije is de overkoepelende organisatie van de Gazaflotielje, bevroren en deze organisatie op de terreurlijst geplaatst. Duitsland had de IHH Duitsland al op de terreurlijst staan. “De organisatoren van de Nederlands/Italiaanse boot banden met extremistische en terroristische bewegingen zoals PLFP en Hamas,” schrijft Benjamin Weinthal, correspondent van de Jerusalem post.
    De doelen van Free Gaza komen overeen met die van Hamas waar het gaat om het voortbestaan van de Joodse staat. In een rapport van Missing Peace is omschreven wat de werkelijke humanitaire situatie in de Gazastrook is sinds Hamas deze in 2006 bezette.
    Rob Groenhuysen, voorzitter van Free Gaza, wordt in het Jerusalem Post artikel genoemd als iemand met banden met extremistische en terroristische bewegingen. “Groenhuysen zegt zelfs expliciet dat het werkelijke doel van Free Gaza het naderbij brengen van het einde van de staat Israël is,” aldus Missing Peace.
    “Dit spel over hulpgoederen is een onderdeel van een machtiger geheel, wat Israël zo lang mogelijk wil uitstellen, maar met elke opstand in de Arabische wereld en elke fout die Israël maakt, komt het einde dichterbij. Israë doet heel stoer en sommige mensen blijven in dat land geloven en wanneer ze dat te lang doen, zullen ze zeggen: ‘we hebben het niet geweten’,” zei Groenhuysen. “Je kunt het nu weten, net als de mensen het konden weten hoe de blanken in Zuid Afrika de zaken verdraaiden en heel lang steun bleven houden van blanken in Europa. Ook dat was ‘plotseling’ over, maar het was niet plotseling: iedereen die verder kijkt weet dat Israël niet overeind te houden is.” Wanneer het over de toekomstige ontruiming van Joodse dorpen in Hagadah Hamaaravit (Samaria en Judea) gaat zegt Groenhuysen het volgende. “Zo’n stap zou zo’n grote nederlaag betekenen dat vele Israëli’s het gehele land zullen verlaten. Wat Nederland-Gaza doet is proberen mensen/ministers en fanatieke aanhangers zeggen: stop te wedden op een ziek paard. Er komt een einde aan.”

    Sabeel
    Free Gaza wordt gesteund door andere organisaties waarvan Sabeel, een door de Protestantse kerken gesponsorde anti-Israël beweging, de belangrijkste is.
    De penningmeester van de Nederlandse tak van Sabeel, Bert Middel, is aangemeld als opvarende van het Nederlandse/Italiaanse schip. Middel ventileert antisemitische denkbeelden op de website van Sabeel Nederland.
    Sabeel heeft ook banden met Kerk in Actie en ontvangt jaarlijks 120.000 Euro van de Nederlandse organisatie die in 2011 1,75 miljoen Euro aan Nederlands belastinggeld ontving. De aan de Protestantse Kerk Nederland en ICCO gelieerde organisatie heeft Meta Floor als afgezant gestationeerd bij het hoofdkantoor van Sabeel in Jeruzalem.
    Vanuit Israël voert Floor al jaren een niet aflatende demonizeringscampagne tegen het land en promoot de Gaza Flotillje op haar website.Zo publiceerde zij een verklaring van Sabeel over de Gazavloot waarin het volgende wordt gezegd over de vloot:

      ” We urge men and women all over the world to use all non violent means to end the siege of Gaza, to remove the yoke of occupation and to work for the freedom and liberation of Palestine and all its people.”

    Uit de verklaringen van Groenhuysen en Sabeel wordt duidelijk dat de Nederlandse Free Gaza actie gericht is op het breken van de zeeblokkade voor Gaza en het ondersteunen van de terroristische organisatie Hamas in haar streven naar de vernietiging van Israël. Met humanitaire hulp heeft de actie niets te maken.
    Nu dat duidelijk is geworden is het van belang te kijken naar de illegaliteit van het breken van een zee blokkade in tijd van gewapend conflict. Israël verkeert immers in staat van oorlog met Hamas.
    Uit diverse publicaties door experts op het gebied van het internationaal recht en een zeeblokkade blijkt dat Israel het volste recht heeft deze blokkade te handhaven en dat pogingen om deze blokkade te doorbreken illegaal zijn:

     

  • Legal aspects of the blockade and interception from the IDF
  • The Helsinki Principles on the Law of Maritime Neutrality: See sections 5.1.2(3), 5.2.1 and 5.2.10 for legality of blockade and of attack on blockade-breaching vessels
  • San Remo Manual: The legal basis for the blockade and interception (see Article 67)
  • The Legal Basis of Israel’s Naval Blockade of Gaza by Ruth Lapidoth, Jerusalem Issue Brief Vol. 10, No. 4, July 18, 2010
  • Recent international precedents for such naval blockades: Israel’s Naval Blockade of Gaza Is Legal, Necessary by Dore Gold, Business Week, June 10, 2010De vraag over het doel van de actie van Free Gaza werd in feite al overduidelijk beantwoord door Groenhuysen. Gezien het feit dat het debat in de Tweede Kamer zich vorige week toespitste op de vraag of er sprake is van een humanitaire noodsituatie in de Gazastrook lijkt het toch zinnig om hierover de meest recente informatie te geven.
    Algemeen is nu bekend dat Egypte heeft aangekondigd haar grens met de Gazastrook binnenkort te zullen openen. Daarmee valt ieder excuus om humanitaire goederen via de zee direct naar de Gazastrook te vervoeren verder weg. Israël heeft altijd al duidelijk gemaakt dat alle internationale hulpgoederen via de haven in Ashdod kunnen worden aangevoerd, maar dat maakte geen indruk op de actiegroepen.
      Bron:

     

  • Lees meer...   (19 reacties)

    Het Arabische Bloedbad van Joden in Safed (1834)
    Een historische vraag van sommige moderne relevamce is hoe de Joodse en Arabische bevolking in het Britsmandaatgebied naast elkaar bestonden vóór de komst van de Europese zionisme en settlement in het beloofde land. Je hoort voortdurend dat vóór de verschijning van het zionisme in de late 19e eeuw dat de twee volkeren elkaar leefde. Voor de meeste van de moderne tijd tot het gebied met de meerderheid Arabische bevolking werd bestuurd door de Ottomaanse Turken. Volgens de Ottomaanse wet zouden Joden en andere minderheden in het Ottomaanse rijk onder algemeen bescherming moeten leven. Maar het na leven van deze wet liet te wensen over. Een Arabische opstand, geleid door de Egyptenaren kreeg controle van ‘Palestina’ en andere gebieden van de Levant (1830). Gedurende die periode voerden de lokale Arabieren een vreselijke slachting uit onder de Joden in Safed (1834). Opvallend is dat deze Arabische pogrom zich voor deden tijdens de periode onder de Ottomaanse heerschappij.
    Ver voordat Binjamin Se'ev Ben Jaakob Herzl, beter bekend als Theodor Herzl, zijn boek "Der Judenstaat’in 1896 publiceerde, dus ook voordat het georganiseerde zionisme op gang kwam hadden de Joden het zwaar te verduren onder hun islamitische buren.
    Wij worden overspoelt met informatie over van het zionisme in de late 19e eeuw en de gevolgen hiervan, maar de informatie over de voorgaande periode laat te wensen over.
    Voordat het zionisme op gang kwam woonden kleine Joodse gemeenschappen in Safed, Tiberias en Jeruzalem. Arabische bronnen beweren dat de islamitische meerderheid vreedzaam samenleefden met deze Joden. Joodse bronnen geven hierover echter een heel ander beeld, uit geschiedkundige documenten blijkt dat deze gemeenschappen werden onderworpen aan routinematige vooroordelen en vervolging. En deze vervolging werd periodiek doorspekt met antisemitische aanvallen die stegen tot het niveau van de pograms.

    Arabische Opstand 1831-1840
    In 1516 breidde de Ottomanen hun Levant en door Syrië binnen te vallen en gingen door tot in 1517 zelfs Egypte binnen de vazalstaat viel.
    Toen de Ottomaanse macht begon te dalen, begon Egypte in toenemende mate tegendruk uit te oefenen. Mehemet (ook wel geschreven als: Muhammad of Mohammed) Ali was officieel de Ottomaanse gouverneur van Egypte, maar in wezen was hij in 1830 een onafhankelijk heerser. In deze zelfde periode kostte het de Ottomanen erg veel moeite om de controle over Griekenland te behouden en hadden weinig oog voor het gebied tussen Syrië en Egypte.
    Ibrahim Pasha, de zoon van Mehemet Ali, trok in 1831 met zijn Egyptiche troepen Acre (hemelsbreed ongeveer 12km ten noorden van Haifa) binnen, de plaatselijke bevolking kwamen in 1834 onder zijn gezag.
    Mehemet Ali probeerde de islamitische bevolking in zijn legers in te lijven, maar deze verzette zich tegen dit plan.
    Officieel zouden de minderheidsgroepen in het gehele Ottomaanse rijk onder algemene bescherming leven. Toen de islamitische bevolking hun woede echter tegen de Joodse minderheden richtte, ondernam de Ottomaanse bezettingsmacht niets om de Joden te beschermen.
    In Sjechem (Nablus) riep Kassam Lakhama, toenmalig burgemeester van die stad, op tot een opstand. Boeren en bewoners uit omliggende dorpen sloten zich bij Lakhama aan. Op 31 mei 1834 marcheerden de meute in de richting van Jeruzalem, onderweg vielen de bloeddorstigge de Joden en christenen aan.
    Inmiddels had Ibrahim Pasha, op 3 juni 1834, Jeruzalem bereikt waarop de relschoppers op de vlucht sloegen. Om de nederlaag te verwerken werden tijdens het terugtrekken de Joden in Safed aangevallen.
    Na de aanzienlijke onlusten herwonnen de Ottomanen de controle over Palestina en Egyptenaren in 1840.

    Bloedbad van Safed 1834
    Toen nog nooit van het zogenaamde zionisme hadden gehoord bevond zich in Oost-Galilea een Joodse stad genaamd Safed (Tzfat), de Joodse gemeenschap van deze stad werd geschat op zo’n 3.000 mensen.
    De islamitische bevolking in het gebied lijken gebruik te hebben gemaakt van de verwarring onder de Ottomanse Autoriteit, die tijdens de gevechten tussen de Ottomanen en Egyptische troepen.
    De onlusten bood de locale moslims de mogelijkheid om de aanval op de plaatselijke Joden uit te voeren en hun eigendommen te stelen.
    De drijvende kracht achter deze aanvallen was de zelfbenoemde "profeet Muhammed Damoor”.
    Tijdens deze roof en plunder tochten werden vele Joden vermoord. Synagogen werden aangevallen waarbij het interieur en de heilige boeken verbrand werden.
    De hele Joodse gemeenschap werd gedwongen te vluchten. Een enkeling kon het vage lijf redden door zich in de bergen, grotten en ruïnes te verbergen. Een enkele christelijke Arabier uit nabijgelegen dorpen, met name in Ein Zeitim, durfde de Joden in hun huizen te verstoppen.
    In Safed boden enkele christenen en moslims tegen betaling aan Joden te verstoppen, om hen daarna aan de bloedhonden (de aanhang van Damoor) uit te leveren.
    Sommige Joden werden zelfs aangevallen door hun buren waar ze voorheen altijd goed contact mee hadden of door hun zakenpartners.
    Het bloedbad van Safed wordt soms uitgelegd als het werk van de "bandieten", maar er lijkt geen echte basis voor deze beoordeling. De islamitische aanvallen op Joden duurden 33 dagen (van 15 juni tot 17 juli 1834). Het lijkt er niet één met een politieke agenda geweest te zijn, de Joodse gemeenschap had namelijk geen politieke macht en was ongewapend. Het doel lijkt vooral gericht te zijn om de bezittingen van de Joden te plunderen.
    Een van de weinige beschikbare hedendaagse optekeningen van het bloedbad van Safed is afkomstig zijn van een reiziger. Hij schrijft:

     

    "... de Joden van de plaats, die buitengewoon rijk, leefden in vrede in hun woonplaats. Hier kwam abrupt een einde aan toen er een opstand, die plaatsvond in 1834, kwam.
    Een zeer religieuze Muzelman, genaamd Mohammed Damoor, ging uit naar de markt-plaats, en riep met een luide stem dat de profeteren hem hadden gezegd dat op de vijftiende van de volgende maand [juni] de ware gelovigen op moesten staan. Hij riep een toorn af over de Joden. De ware gelovigen moesten de Joden beroven van al hun goud, hun zilver en hun sieraden.
    (...)
    Toen de dag was genaderd verzamelden zich de hele Muzelman bevolking zich in de straten in afwachting van de profetie.
    Plotseling zweepte Mohammed Damoor de menigte op tot een woedende menigte, hij uitte felle kreet en riep dat de profeet zei dat de Muzelmannen zijn profetie moesten in vervulling moesten laten gaan. Sommige van de Joden vluchtten en sommige bleven, maar zij die vluchtten en zij die bleven, over kwam het zelfde, zij raakten al hun bezittingen kwijt.
    Het meest verfoeilijke van alle aanslagen was de manier waarop de Joodse vrouwen werden gegrepen en uit werden gekleed, zonder schaamte werden alle lichaamsdelen van de vrouwen onderzocht om te onderzoeken of er geen spullen als goud en zilver verborgen was op of in deze personen.
    De arme Joden waren zo getroffen door terreur, dat ze zich op geen enkele manier hebben kunnen verzette.
    (...)
    Toen de opstand werd neergeslagen werden enkele van de Muzelmannen (waarschijnlijk diegenen die geen buit hadden, waarmee zij immuniteit konden kopen) werden gestraft, maar het grootste deel van hen ontsnapte. Geen enkele Joodse slachtoffer heeft zijn of haar bezittingen terug gekregen en nooit is iemand van hen schadeloos gesteld."

    Bron:
    -
    http://etext.library.adelaide.edu.au/k/kinglake/alexander_william/eothen/chapter26.html
    -
    http://my.telegraph.co.uk/actuality/tag/safed-pogrom/

     

    Lees meer...   (4 reacties)
    Van gevangene tot wrede bewaker
    Op 3 april 1920 werd Ivan Nikolajevitsj Demjanjoek (nu beter bekend onder de naam John Demjanjuk) geboren Dubovi Makharintsi, de Oekraïene. In 1940 gaf hij gehoor aan de oproep tot militaire dienst door de Sovjet utoriteiten. Tijdens het Duits Roemeense Unternehmen Trappenjagd (de slag van het Schiereiland Kerch, dat tussen 8 mei 1942 en 18 mei 1942 geleverd werd, werd Demjanjoek als krijgsgevangenen naar Rivne gebracht. Hier werd hij door de SS gerekruteerd om dienst te nemen in één van de vernietigingskampen. Opvallend was dat juist Demjanjuk werd gerekruteerd, daar de SS-officieren geen Oekraïens spraken en Demjanjuk sprak toen geen woord Duits. Er word vanuit gegaan dat hij 'met kom en schouders' uitblinkte in wreedheden naar zijn landgenoten die zijn medegevangenen waren.
    Na zijn rekrutering werd Demjanjoek als Hilfswillige (Hiwi) naar het opleidingskamp Trawniki gestuurd. Als Hiwi was Demjanjuk geen lid van de SS maar werkte als vrijwilliger voor de SS. Demjanjuk werd in eerste instantie door de nazi's gezien als een ondergeschikte collaborateur. Zijn administratieve nummer was 1393.
    In Trawniki kreeg Demjanjoek de 'praktijkopleiding' tot KAPO (Kamp Polizei) in het naastgelegen gevangenenkamp voor Joden. Hier demonstreerde Demjanjoek hoe wreed hij was tegen over de Joden. Hij kreeg als 'beloning voor zijn diensten' een voorkeurs positie. Zo deelde hij mee uit de voorraad van Trawniki, dit kamp was ook een bewaarplaats voor voedsel en bagage van Joodse goederen die door de nazi's gestolen waren nadat de Joden op transport gesteld waren.
    Trawniki was ook een reservoir van mankracht om allerlei vuile klussen op te knappen. Zo is er een verhaal bekend van een massa-executie van Joden in het dorpje Lomazy, waarbij 1.700 Joden eerst werden samengedreven door de reguliere politie. Daarna werd er gewacht op de komst van 50 mannen uit Trawniki, die stomdronken met een wodkafles in de ene hand en een vuurwapen in de andere de Joden uitmoordden.
    In januari 1943 werd Demjanjoek in het concentratiekamp Majdanek-Treblinka gedetacheerd. Wat zijn werkzaamheden hier precies waren is niet duidelijk, hij werd in 988 werd, in Israël, ter dood veroordeeld voor zijn aandeel in KZ Treblinka. Tijdens het proces werd hij door verschillende overlevenden van Treblinka herkend als Iwan de Verschrikkelijke. In 1991 doken opeens KGB-archieven op, waaruit bleek dat Iwan de Verschrikkelijke ook de bijnaam zou zijn van een zekere Iwan Martsjenko, deze naam komt echter wel voor in de archieven van het voormalige USSR maar die Iwan Martsjenko is nooit gevonden. Vraag is dan ook of Iwan Martsjenko ooit geleeft heeft. Toch leidde de Russische verklaring tot vrijspraak van oorlogsmisdade, op 29 juli 1993.
    Op 26 maart 1943 wordt Demjanjoek over geplaatst naar KZ Sobibor. Hier hielp hij met het ‘verwerken’ van een groot transport Joden uit Nederland, dat daar op 3 april aankwam. Van dit transport overleefde vrijwel niemand. Hij en zijn 'kameraden uit Trawniki' hielpen bij het uitladen, dwongen de slachtoffers zich te ontkleden om hen daarna met zwepen en bajonetten de gaskamers in dreven. Ze hadden daarmee een actieve rol in het vernietigingsproces.
    De reputatie van de Trawniki-mannen in Sobibor was slecht. "Naast hardheid werd hen ook, zo zover nodig, geweten- en genadeloosheid bijgebracht. Vaak overtroffen ze hun Duitse leermeesters in wreedheid," schrijft historicus Jules Schelvis.
    In oktober 1943 verruilde Demjanjoek Sobibor voor concentratiekamp Flossenbürg. Hier werd hij begin 1944 gepromoveerd tot actief lid van de Waffen-SS, bij de divisie ‘Totenkopf Flossenbürg’. Hier had hij een active rol in de vernietiging van de duizende Joden uit concentratiekampen uit Polen afkomstig waren, naar mate Russen optrokken richting Berlijn werden de kampen in Polen ontruimd en de gevangenen in Duitse kampen ondergebracht om daar vermoord te worden.
    Door de chaos die in de Duitse kampen ontstaan was, zag Demjanjoek kans eind december 1944 Flossenbürg te verlaten en zich aan te sluiten bij een divisie van Oekraïners aan te sluiten om tegen de geallieerden te vechten. Daarbij werd hij krijgsgevangen gemaakt door de Amerikanen. Hij werd echter snel vrijgelaten. In 1951 deed hij zich voor als voormalig dwangarbeider en slachtoffer van het Derde Rijk en kreeg hij een visum voor de Verenigde Staten, waar hij op 9 februari 1952 als immigrant in New York aankwam en zijn naam veranderde in John Demjanjuk.
    Al snel wist hij een baantje als automonteur in Cleveland (Ohio) te verwerven. Halverwege de jaren 70 van de 20e eeuw werd Demjanjuk ervan beschuldigd de beruchte "beul van Treblinka" te zijn die "Iwan de Verschrikkelijke" werd genoemd. De Amerikaanse justitie spande een procedure aan om hem zijn staatsburgerschap te ontnemen, wat in 1987 ook gebeurde.
    In 1987 werd hij uitgeleverd aan Israël. Tijdens een proces werd hij door tientallen overlevenden van Treblinka herkend. In 1988 werd hij ter dood veroordeeld. Drie jaar later doken er opeens getuigen verklaringen in KGB-archieven op. Volgens de getuigen zou een zekere Iwan Martsjenko in Sobibor (ook) de bijnaam Iwan de Verschrikkelijke gedragen hebben. Opvallend is dat de KGB nooit kans heeft gezien iemand aan te wijzen die dan die beruchtte Martsjenko moet zijn. Hoewel er ruim dertig personen waren geweest die Demjanjuk aan hadden gewezen als Iwan de Verschrikkelijke en 'slechts' 21 peronenen de naam Martsjenko aan Iwan de verschrikkelijke wisten te koppelen werd Demjanjuk op 29 juli 1993 door het Israëlische Hooggerechtshof vrijgesproken van oorlogsmisdaden in Treblinka.
    In 1998 kreeg Demjanjuk zijn Amerikaans staatsburgerschap terug. Daarop begon de Amerikaanse justitie een nieuwe procedure om hem het land uit te kunnen zetten. Op 30 april 2004 concludeerde een federaal hof van beroep in Ohio dat Demjanjuk wél als kampbewaarder heeft gewerkt. Omdat hij dit heeft verzwegen bij zijn immigratie in 1952, heeft hij zijn staatsburgerschap op onrechtmatige wijze verkregen. Hij zou alsnog worden uitgezet. Deze beslissing heeft hij aangevochten bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.
    Op 28 december 2005 besliste een Amerikaanse immigratierechter in Cleveland dat Demjanjuk uit de VS gezet moest worden en moest worden teruggestuurd naar zijn geboorteland Oekraïne. Op 21 december 2006 heeft een Amerikaans hof van beroep voor immigratiezaken deze uitspraak in hoger beroep bekrachtigd. Demjanjuk zegt bang te zijn bij terugkeer naar zijn geboorteland gemarteld te worden.
    Op 19 mei 2008 verloor Demjanjuk zijn laatste beroep tegen uitzetting uit de VS. Hij zou worden uitgeleverd aan Duitsland, maar door een Amerikaanse rechter (Wayne Iskra) werd zijn uitzetting op 3 april 2009 opgeschort. Op 14 april 2009 zou Demjanjuk op het vliegtuig naar Duitsland worden gezet, om terecht te staan in München. Aan Demjanjuks uitlevering werd echter op de valreep een halt toegeroepen door een Amerikaans hof van beroep. De advokaat van Demjanjuk beweerde dat het inhumaan zou zijn zijn cliënt uit te wijzen omdat deze volledig aan het bed gekluisterd zou zijn en niet zelfstandig kon reizen. Dit kwam op losse schroeven te saat nadat Demjanjuk gefotografeerd teon hij naar zijn auto liep, instapte en alleen weg reed.
    Op 1 mei 2009 bepaalde een federale rechter in de Verenigde Staten (in een beroepsprocedure) dat de inmiddels 89-jarige Demjanjuk wel degelijk kon worden uitgezet naar Duitsland. Het beroep dat Demjanjuk tegen deze uitspraak aantekende bij Amerikaanse Hooggerechtshof, werd op 7 mei 2009 afgewezen. Rechter John Paul Stevens gaf voor zijn oordeel geen argumenten, maar gaf te kennen dat het Hooggerechtshof zich verder niet met de zaak zou bemoeien. Op 11 mei 2009 's avonds werd Demjanjuk alsnog naar het vliegveld van Cleveland gebracht, vanwaar hij naar München werd gevlogen, waar hij de volgende dag in de staatsgevangenis werd opgesloten. Hiermee was zijn uitlevering aan Duitsland alsnog een feit.
    In Duitsland is Demjanjuk eerst door de artsen van de gevangenis Stadelheim onderzocht. Hij is gezond genoeg verklaard om in hechtenis genomen en berecht te worden. Hem wacht nu een proces dat mede gebaseerd is op nieuw bewijsmateriaal, waaronder een identiteitskaart waarop hij omschreven wordt als kampbewaarder in Sobibór.
    Het proces nam op 30 november 2009 een aanvang. Demjanjuk was hiertegen in beroep gegaan, maar het Duitse federale constitutionele hof te Karlsruhe heeft dit beroep op 21 oktober 2009 onontvankelijk verklaard. Op 1 december hebben Demjanjuks advocaten gevraagd de zaak te seponeren vanwege het ne bis in idem-beginsel. Dit verzoek werd op 21 december verworpen. Op diezelfde dag werd het proces, dat al sinds 2 december wegens ziekte van Demjanjuk stil lag, hervat.
    Op 14 april 2010 werd bekend, dat een onafhankelijk deskundige voor de rechtbank te München had verklaard, dat de SS-identiteitskaart van John Demjanjuk echt was, wat het enige directe bewijs tegen Demjanjuk betekent.
    Op 14 januari 2011 werd bekend dat een Spaanse rechter wil dat Demjanjuk aan Spanje uitgeleverd wordt in verband met misdrijven die hij zou hebben begaan als kampbewaker in het voormalige concentratiekamp Flossenbürg, waar 60 van de 155 Spaanse gevangenen zijn overleden.
    Lees meer...
    Fatah
    Al-Fatah (letterlijk: dood/de overwinning) is de politieke beweging van Mahmoud Abbas. Voorheen stond zij bekend als een beweging die terroristische aanslagen pleegde, tegenwoordig worden de terreuraanslagen ‘uitbesteed aan de Al Aqsa (Martelaren) brigades (eveneens onder gezag van Mahmoud Abbas.
    Fatah werd op 10 oktober 1959 mede door Yasser Arafat en Mahmoud Abbas in Koeweit opgericht. De naam is een omgekeerde afkorting van Harakat at-Tahrir al-Filastini (Bevrijdingsbeweging van Palestina). De benaming Fatah wordt ook gebruikt om de islamitische bezetting vanaf perzië tot en met Spanje in de 8e eeuw aan te duiden. Daardoor geeft de benaming ‘Fatah’ de islamitische expansiedrang, om uiteindelijk de gehele wereld te veroveren, aan.
    Hoofddoel Abbas’ Fatah is “de bevrijding van geheel Palestina (van de zee tot de Jordaan)” en de “beëindiging van het wereldwijde Zionisme”. Dat beschreven in het Handvest van de PLO staat, tijdens de eerste Oslo-Akkoorden was afgesproken dat Fatah deze passage uit haar handvest zou schappen, maar zegtr zelf ‘hier nog niet aan toe gekomen te zijn’. Officieel heeft Fatah een andere rol aangenomen en zegt naar het westen “alleen naar de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat na te streven binnen de Gazastrook en Hagadah Hamaaravit (Samaria & Judea, inclusief het Bijbelse Jeruzalem)” maar in het Arabisch laat Fatah duidelijk horen uit te zijn naar een Palestijnse staat, zonder plaats voor Israël, in het Midden oosten te streven.
    De belangrijkste oorspronkelijke doelstellingen van Fatah zoals geformuleerd in hun statuten waren:
    • Artikel 12: Volledige bevrijding van Palestina en de uitroeiing van het zionistische economische, politieke, militaire en culturele bestaan.
    • Artikel 13: Vestiging van een onafhankelijke democratische staat met volledige soevereiniteit in alle Palestijnse gebieden, en met Jeruzalem als hoofdstad; en met bescherming van de rechten en de gelijkberechtiging van de burgers, zonder enige vorm van raciale of religieuze discriminatie.
    Fatah werd in 1958-1959 opgericht door voornamelijk hogeropgeleide Arab’s die in de Golfstaten werkten. Zij zouden kinderen van ‘Palestijnse vluchtelingen’ zijn die, op kosten van de VN, in Caïro een studie hadden genoten. De meest opmerkelijke van deze mensen was Yasser Arafat, die van 1952 tot 1956, hoofd was van studentenbeweging welke gelieerd was aan de Moslim Broederschap. De eerste aanslag die Arafat op zijn geweten had was in februari 1948 op de Joodse krant ‘the Palestine Post’ in Jeruzalem (na de aanslag verhuisde de krant aan Tel Aviv en heet nu “Jerusalem Post”). Deze aanslag werd gepleegd in opdracht van zijn zeer ‘geliefde oom’, Mufti Amin al-Husseini . Pas na de Zesdaagse Oorlog van 1967 werd de behoefte uitgesproken dat de Arab’s een eigen Palestijnse staat op wilden richten, tussen 1948 en 1967 (toen de Gazastrook bezet werd door Egypte en Hagadah Hamaaravit door Jordanië) is nooit gesproken over deze behoefte.
    • Vanaf het begin stond de gewapende strijd, zoals die zich manifesteerde in de grote Opstand van 1936-1939 (die onder leiding van Mufti Amin al-Husseini een bloedbad onder de Joden had aangericht), en de militaire rol van de islamitische in de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948, centraal voor Fatah. Fatah sloot zich aan bij de PLO en bemachtigde het leiderschap ervan in 1969. Dit nadat de andere leden van de PLO (het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina) gemarginaliseerd waren.
    De eerste officiële terreuraanval van Fatah vond plaats op 3 januari 1965. Zij probeerden toen de Israeli National Water Carrier te saboteren, die toen net begonnen was met werken. De aanval werd afgeslagen door de Israëlische veiligheidskrachten.
    Na een reeks aanslagen in de periode ’70-’71, die vanuit Jordanië werden uitgevoerd (black september was de aftrap), werden de leiders van Fatah door de Jordaanse koning (die de aanslag op haar grondgebied afkeurde) naar Libanon verbannen.
    Tussen 1960 en 1980 zorgde Fatah voor training voor een brede radius aan Linkse terreurgroeperingen uit Europa, het Midden-Oosten, Azië en Afrika. Zij voerden ook meerdere aanvallen uit tegen Israëlische doelwitten in West-Europa en het Midden-oosten in de jaren '70. Sommige gewapende groepen die zichzelf verbonden met Fatah, en anderen die direct onder Fatah stonden, voerden vliegtuigkapingen uit en zelfs terroristische aanslagen. Zij werden vaak gelinkt aan de beweging "Zwarte September" van Abu Nidal. Fatah kreeg wapens, explosieven en training van de toenmalige USSR en van staten uit het Europese Oostblok. China leverde ook wapens. Ook het Japanse Rode Leger, de IRA, CCCP, Bader Meinhoff groep, Rode Jeugd, Libië, Soedan en Noord-Jemen zorgden voor steun in de vorm van trainingsfaciliteiten of door ondersteunende terreur uit te oefenen.
    Toen Israël Libanon binnenviel in 1982 werd Fatah verspreid over meerdere landen in het Midden-Oosten met de hulp van de Verenigde Staten, sommige Europese overheden, Tunesië, Jemen, Algerije, Irak en anderen. In de periode 1982-1993 bevond het Fatah-leiderschap zich in Tunesië. Het was ook hier dat Arafat een aanval van Israëlische vliegtuigen overleefde. Zij bombardeerden zijn hoofdkwartier op het moment dat hij normaal aanwezig zou zijn. Arafat had echter zijn chauffeur een omweg laten volgen op weg naar zijn hoofdkwartier.

    Al-Aqsa Brigades
    Nadat Fatah in officieel het geweld tegen Israël had afgezworen werd in 2000 de Al-Aqsa opgericht. Het begin van de Tweede Intifada (2000-2005) kan hiermee gezien worden als ‘het oprichtingsfeest van de al-Aksa Brigades. Vanaf 2002 pleegden de Brigades aanslagen op Israëlische en burger- en militairedoelen. Van 2002 tot 2005 groeide de Brigades uit tot de meest gewelddadige PLO terreur groepering. De Brigades houden zich niet aan afspraken die tussen Israël en de PNA/PLO gemaakt worden. De Brigades heeft zijn basis in de PNA gebieden binnen Hagadah Hamaaravit (een groot deel leden van de Brigades in de Gazastrook werden tussen december 2008 en januari 2009 door Hamas vermoord).
    In november 2003 ontdekten journalisten van de BBC dat Fatah $ 50.000 per maand betaald aan de Al-Aqsa Brigade. Deze ontdekking, gecombineerd met documenten gevonden door de IDF, hebben in elk geval in Israël tot de conclusie geleid dat de Al-Aqsa Brigade altijd direct gefinancierd is geweest door Yasser Arafat.
      Bron:
      - www.zionism-israel.com/blog/archives/00000621.html
      - http://info.jpost.com/2000/Supplements/Haatzmaut/interview1.html
      - www.israelnationalnews.com/News/News.aspx/124672
      - http://news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/3243071.stm
    Lees meer...   (3 reacties)
    Term 1967 grenzen is een grote leugen
    TORONTO - "De term 'grenzen van 1967′, het mantra in de Arabische wereld voor de grenzen van een PNA staat, heeft nooit bestaan," schrijft Alan Baker, de voormalige ambassadeur van Canada in een onderzoeksrapport voor het Jerusalem Center for Public Affairs.
    Sinds de omliggende Arabische landen Israël aanvielen in 1948 en het voor het eerst in 2000 jaar een onafhankelijk land werd, waren er geen grenzen, maar slechts tijdelijk militaire lijnen die bepaald werden door de 'Wapenstilstandlijnen van 1949', die althans formeel ophielden te bestaan tijdens de Israëlische Oorlog om de Onafhankelijkheid.

    Herhaal een leugen veelvuldig en het wordt een nieuwe waarheid

    De wapenstilstandslijnen
    van 1949 (de zogenaamde
    'grenzen van 1967')
    Niet erg veilig voor Israël
    Toch is de Arabische wereld de fictieve term "grenzen van 1967" zo dikwijls blijven herhalen dat deze fictie als een feit door de mainstream media werd geaccepteerd en door de meeste internationale leiders. De term verwijst naar de staakt-het-vuren lijnen van 1949 van waaruit de Israëlische strijdkrachten optrokken aan het begin van de Zesdaagse Oorlog op 4 juni 1967 en dient in feite 'pre-Oorlog 1967 Wapenstilstandslijn' of de 'Wapenstilstandslijn van 1949' te worden genoemd. Arutz Sheva (INN) merkt op dat het die meer accurate termen consequent aldoor gebruikt.
    Zelfs Brazilië, dat onlangs besloten heeft om een Palestijnse staat te erkennen op basis van de veronderstelde 'grenzen van 1967', verklaarde tijdens een VN-debat over Resolutie 242 in 1967 waarin wordt opgeroepen om te onderhandelen over de grenzen, dat "de aanvaarding ervan niet betekent dat de grenzen niet meer kunnen gerectificeerd worden als het resultaat van een overeenkomst die vrij wordt aangegaan door de betrokken staten. We moeten voortdurend in het achterhoofd houden dat een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten noodzakelijkerwijs dient gebaseerd te worden op veilige en permanente grenzen die vrijelijk worden overeengekomen en onderhandeld door de buurlanden."
    Alan Baker merkte op dat Jordanië, dat ook de fictie van de 'grenzen van 1967' heeft geaccepteerd, in hetzelfde debat zei: "Er is een wapenstilstand overeenkomst. In het akkoord werden geen grenzen vastgelegd, maar een demarcatielijn. De overeenkomst zelf velt geen oordeel over rechten, noch politieke, militaire of anderszins. Dus ken ik geen grondgebied; Ken ik geen grens; Ik heb enkel kennis van een bevroren situatie als gevolg van een Wapenstilstandsakkoord."
    "Hoewel de 'grenzen van 1967' scheidingslijnen aangeven, hebben ze geen enkele historische basis, noch in de rechten en noch in de feiten," lichtte Baker toe. "De akkoorden van de bestandslijn van 1949 verklaren uitdrukkelijk dat dergelijke lijnen geen enkele politieke of juridische betekenis hebben en geen afbreuk doen aan toekomstige onderhandelingen over grenzen," vervolgde hij.
    "Er is nergens een bepaling voorzien in geen enkele van de door de tussen Israël en de Palestijnen ondertekende overeenkomsten waarin wordt geëist dat er moet worden teruggetrokken achter de 'pre-1967 grenzen'. Er hebben nooit geografische imperatieven bestaan die de grenzen van 1967 heiligen."
    "De 'Wapenstilstand Lijnen' van 1949 werden bepaald in de overeenkomsten die ondertekend werden door Israël, Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon. Het waren geen grenzen," merkte Baker op. "De wapenstilstand demarcatielijn vertegenwoordigt niets meer dan de frontlijnen tot waar de strijdkrachten waren opgerukt op de dag dat een staakt het vuren werd afgekondigd… De lijn werd met een groene stift afgebakend op de kaart die werd aangehecht aan de wapenstilstand overeenkomst en kreeg daarna de naam ‘Groene Lijn’ mee [omdat ze met een groene stift werd getekend].
    "De Veiligheidsraad heeft in haar resolutie het tijdelijke karakter van de wapenstilstand lijnen benadrukt die moeten gehandhaafd worden 'tijdens de overgang naar duurzame vrede in Palestina'."
    Het Wapenstilstandsakkoord licht toe dat: "Het voornaamste doel van de Wapenstilstand Demarcatielijnen is om de lijnen af te bakenen tot waar de strijdkrachten van de respectievelijke partijen zich kunnen ophouden. De bepalingen van dit artikel mogen niet worden uitgelegd als een aantasting van het recht om, in welke zin dan ook, een definitieve politieke regeling tussen de partijen aan te gaan."
    "De Wapenstilstand Demarcatielijnen zoals zij werden vastgelegd in deze Overeenkomst werden door de partijen overeengekomen zonder afbreuk te doen aan toekomstige territoriale nederzettingen of grenslijnen of claims van beide partijen daarop betrekking hebbende."
    Baker citeerde Rechter Steven Schwebel, voormalig voorzitter van het Internationale Hof van Justitie, die in 1994 verklaarde: "Het Wapenstilstandsakkoord van 1949 benadrukt het behoud van de territoriale claims van alle partijen en hebben niet de pretentie van definitieve grenzen [te zijn] tussen hen."
    De huidige Arabische campagne voor de erkenning van de Palestijnse staat volgens de zogenaamde 'grenzen van 1967' zijn ironisch genoeg dikwijls gebaseerd op de vaak geciteerde VN-resolutie 242. Dit is de resolutie waarover Baker in zijn allereerste paragraaf benadrukte dat "… respect voor en erkenning van de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van elke staat in het gebied en het recht om in vrede te leven binnen veilige en erkende grenzen, zonder bedreigingen of daden van geweld."
    De PNA/PLO heeft in eerdere overeenkomsten het concept aanvaard dat de grenzen zullen worden onderhandeld, maar de langdurige diplomatieke uitputtingsslag door de Arabische wereld heeft deze perceptie vrijwel in de media en in de internationale gemeenschap uitgewist. In een akkoord van 1993 dat door Arafat werd ondertekend, staat dat er zijn, "… resterende problemen, waaronder: Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, veiligheid regelingen, grenzen, relaties en samenwerking met andere buren, en andere kwesties van gemeenschappelijk belang."
    De PNA[/PLO] heeft de afgelopen maanden opgeroepen tot onderhandelingen, maar eist in werkelijkheid dat Israël geëist de zogenaamde 'grenzen van 1967' accepteert zonder onderhandelingen, lijnen waarvan Baker’s onderzoek aantoont dat er geen enkele juridische of historische grond voor bestaat dat het 'grenzen' zouden zijn.
    Lees meer...
    De geschiedenis van de Joodse staat Israël
    Israël is historisch uniek. Israël is het enige land ter wereld dat nog bevolkt wordt door hetzelfde volk, met dezelfde taal en dezelfde religie, als duizenden jaren geleden.

    Nooit helemaal uit het land weggeweest

    Een groot misverstand heerst ten aanzien van de aanwezigheid van het Joodse volk in het land Israël, dat door toedoen van de Romeinse keizer Hadrianus vanaf het jaar 135 G.J. Palestina werd genoemd. Onder christenen heerst de gedachte dat de Romeinen in het jaar 70 veel Joden verbande uit het land en na de revolutie van Bar Kochba in het jaar 135 G.J. alle overgebleven Joden deed verstrooien over de hele aarde.
    Volgens Flavius Josephus woonden er zeven miljoen Joden in Israël in het jaar 70 G.J. en volgens Dio Cassius minstens drie miljoen in 135 G.J.. Dit laat al een heel ander beeld zien dan de visie dat er over een periode van 1800 jaar nauwelijks Joden woonden in het Heilige Land. Niets is minder waar want over een periode van 3700 jaar woonden er onafgebroken Joden in het historische land tot op vandaag.
    Na de vernietiging van de Tweede Tempel werden er wel veel Joden vermoord door de Romeinen en verbannen over de grenzen van het land, maar er bleven groepen Joden wonen in Galilea, Judea, Samaria en ander delen van het land. We kunnen dit ook eenvoudig zien aan opgravingen in Kapernaum, waar de resten te zien zijn van een synagoge uit de vierde eeuw van de Gebruikelijke Jaartelling. Deze synagoge was gebouwd op de fundamenten van de synagoge uit het begin van de Gebruikelijke Jaartelling.

    De derde revolutie
    Na de revoluties in de jaren 70 en 135 tegen de Romeinse overheersing ontstond er nog een derde revolutie in 351. Onder leiding van Patricius stond de Joodse bevolking van Sepphoris op tegen de soldaten van de corrupte Romeinse heerser Gallus. De Romeinen werden verslagen en de revolutie breidde zich uit over heel Galilea en reikte zelfs tot Lydda in het zuiden. Er volgde een harde tegen reactie van de Romeinen en vele Joodse gemeenschappen werden verwoest. In 438 verbrak keizerin Eudocia het verbod voor de Joden om te bidden op het Tempelplein in Jeruzalem. Dat leidde in de Joodse gemeenschappen in Galilea tot een gerucht dat het einde van de verstrooiing nu aangebroken was. Een van de meest ongelooflijke elementen van de Joodse geschiedenis is geschreven door Joden die onder moeilijke omstandigheden wisten te overleven in toenmalig 'Palestina'. Daar ontstond de Mishnah, de neergeschreven mondelinge Thora ofwel de mondelinge overlevering, die vanaf Mozes van geslacht tot geslacht werd doorgegeven. Ook aan de Jeruzalem Talmoed is vanaf de tweede tot vijfde eeuw gewerkt in toenmalig 'Palestina'. Hieronder volgt een bloemlezing van getuigenissen van de Joodse aanwezigheid in toenmalig 'Palestina'.

    Bloemlezing van getuigenissen uit de geschiedenis
    705
    "Vanaf de tijd van Kalief Abd-el-Malik (in 705) en daarna waren er Joden onder degenen die de poorten van de Rotskoepel bewaakten. Als tegenprestatie kregen zij vrijstelling van de belasting die aan alle Dhimi's (niet-Moslims) was opgelegd. De Joden waren te werk gesteld bij het schoonmaken van het gebied van de Haram (Tempelplein)". (Mujir al-din in zijn 'Geschiedenis van Jeruzalem en Hebron')

    863 "Dit is het veronderstelde jaar van de verhuizing van Yeshivat Eretz Israel van Tiberias naar Jeruzalem, waar het de centrale religieuze autoriteit voor de hele regio werd. De laatste van de Ga'ons (Wijzen) van Jeruzalem was Evyatar Ben Eliyahu Hacohen". (Nathan Schur in 'Geschiedenis van Jeruzalem')

    1167 "Tweehonderd van die Joden wonen in een hoek van de stad, bij de Toren van David". (Benjamin van Tudela in zijn beroemde 'Reizen')

    1395 "De Joden in de Heilige Stad wonen in hun eigen speciale woonwijken". (Reiziger Ogier D'Anglure in 'Le Saint Voyage de Jerusalem')

    1499 "Onder de zeer vele Joden in Jeruzalem trof ik er een aantal aan uit Lombardije (Noord Italië), drie uit Duitsland en twee monniken die tot het Joodse geloof waren overgegaan". (Arnold von Harff's reisverhaal: 'Die Pilgerfahrt 1')

    1546 "Veel Joden wonen in Jeruzalem en er is een speciale Jodenstraat". (Ulrich Prefat van Slovenie in zijn kroniek)

    1611 "In dit Land wonen zij (de Joden) als vreemdelingen en zijn blootgesteld aan onderdrukking en ontbering. Als zij veracht en geslagen worden, dragen zij het met een ongelooflijk geduld. Ondanks dit alles heb ik geen Jood gezien met een boos gezicht". (George Sands, zoon van de Aartsbisschop van York in 'Reizen')

    1695 De Nederlander Relandi doet wetenschappelijk verslag van zijn reis door het land. Zijn conclusies:
    1. Alle plaatsnamen hebben een Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong. (Dat is overigens nog steeds zo, met als enige uitzondering het Arabische Ramallah.)
    2. Van een Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
    3. Het land is dunbevolkt. Er wonen nauwelijks Arabieren. Dat zijn dan voornamelijk bedouinen op doorreis, die komen werken als seizoensarbeiders.
    Voorbeelden: in Jeruzalem wonen 5.000 mensen, meest Joden en wat christenen. In Gaza wonen 550 mensen, de helft Joden, de rest meest christenen. De Joden houden zich vooral met landbouw bezig, de christenen met handel en transport.

    1751 "Elk jaar komen er zo'n 4.000 personen en evenzoveel Joden, die uit alle hoeken van de wereld komen". (Zweedse reiziger Haselquist in 'Voyages and Travels in the Levant')

    1857 De Britse Consul General, James Finn, meldde: "Het land is voor een opmerkelijk groot deel zonder bewoners."

    1860 In dit jaar bouwen de Joden de eerste buiten de middeleeuwse muren van Jeruzalem.

    1867 De wereldberoemde schrijver Mark Twain schrijft: "We zagen op de hele route geen enkel plaatsje; 30 mijl iedere kant uit... Men kan 10 mijl ver rijden en nog geen 10 menselijke wezens ontmoeten... Nazareth is troosteloos... Jericho een vergane ruine... Bethlehem en Bethanie zijn in hun armoede een vernedering... onbewoond door ieder levend wezen...
    Een troosteloos land, waarvan de bodem rijk genoeg zou zijn, maar volledig is overgegeven aan het onkruid. Een grote zwijgende, treurige vlakte. We zagen geen enkel menselijk wezen op de hele route. Bijna nergens stond een struik of een boom. Zelfs de olijfboom en de cactus, deze standvastige vrienden van een waardeloze bodem hebben het land bijna volledig verlaten."

    1881 "Het is geen overdrijving te zeggen dat er in Judea over een afstand van mijlen geen bewoning en geen levend wezen te zien is" (Arthur Penrhyn Stanley, de grote Britse cartograaf)

    1889 "Dertigduizend van de 40.000 inwoners van Jeruzalem zijn Joden. Momenteel komen de Joden bij honderden hierheen". (De Pittsburgh Dispatch, 15 Juli 1889)

    1967 In Jeruzalem wonen op een totaal van 263.309 inwoners 195.700 Joden, 54.963 moslims en 12.646 christenen.

    De benaming 'Palestina'
    De naam 'Palestina' komt in de grondtekst van de Bijbel niet voor. Het land wordt in de Bijbel wel Israël genoemd. In het Oude Testament in Ezech. 37:12, en in het Nieuwe Testament in Mattheus 2:20-21, met de gebiedsdelen Galilea, Samaria, Efraim, Judea, Zuiderland. (Negev) Door de hele Bijbel heen wordt het land Israël in verband gebracht met het volk Israel.
    De naam 'Palestina' is voor het eerst gebruikt door de Grieken als benaming voor het volk Israël. In het Grieks kan die naam strijder betekenen, afgeleid van de naam Israël: hij die streed met G'd en mensen (Gen. 32:28)
    De Romeinse keizer Hadrianus noemde het Land Israël vanaf het jaar 135 Palestina, na de revolutie van Bar Kochba. Hadrianus ontleende deze naam aan het volk der Filistijnen die in de tijd van Jozua en de Richteren voortdurend een plaag voor het volk Israël zijn geweest.

    Arabische afwezigheid in 'Palestina'
    Het aantal Joden dat leefde in het jaar 70 in Israël, voordat een groot deel van het volk werd vermoord of verdreven en de Tempel vernietigd werd, bedroeg naar schatting 5.000.000. Zelfs 62 jaar na de vernietiging van de Tempel, toen er een revolutie uitbrak tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba (132 ad), was het aantal Joden nog 3.000.000 volgens Dio Cassius.
    Zeventien eeuwen later, toen een mogelijk terugkeer voor Joden naar Sion aan de horizon begon te dagen, was 'Palestina' een bijna ontvolkt land. Reizigers die toenmalig 'Palestina' bezochten in de achttiende en negentiende eeuw beschrijven allemaal het verlaten karakter van het land.

    1816 "In het grootste deel van 'Palestina' lijken de ruines omvangrijker te zijn dan de bewoonde huizen." (J.S. Buckingham, 'Travels in Palestine')
    1835 "Buiten de poorten van Jeruzalem zagen we geen levend voorwerp, hoorden we geen enkel geluid. Het was hetzelfde stilte als voor de verlaten poorten van Pompeii. Een complete stilte heerst in de stad en op de wegen door het land. Het graf van een heel volk". (Alphonse de Lamartine)
    1844 Jeruzalem is slechts een dorp, met afgerond 15.500 inwoners. Joden vormen de grootste groep, met 7.100. Er wonen verder 5.000 moslims en 3.400 christenen.
    1867 Mark Twain reisde door het hele land en beschreef het aldus:
    "Het verlaten land waarvan de grond rijk genoeg is, maar overgegeven aan onkruid en overwoekert in stilte het land. De verlatenheid hier is niet voor te stellen. We bereikten veilig de berg Tabor en we zagen geen enkel mens op de hele route. Er was nergens een boom te zien, zelfs geen olijf of cactus. Zelfs deze vrienden van arme grond hadden het land bijna verlaten.
    'Palestina' zit in zak en as. Over het land hangt de uitwerking van een vloek dat haar velden heeft overwoekerd en haar energie heeft uitgezogen. 'Palestina' is verlaten en lelijk. Het land behoort niet meer tot de werkzame wereld".
    1947 Koning Abdoellah van Jordanie beschrijft het land in het Engels als "barren"; kaal dus, onontwikkeld. Zie de reactie op zijn tekst, waarin verder veel misleiding staat, bijvoorbeeld over moslim-antisemitisme en de religieuze claims: Historische misleiding.

    Aantallen inwoners
    Constantine Francois Volney schatte het inwonertal in 1785 van het land op niet meer dan 200.000 mensen. In het midden van de negentiende eeuw werd het aantal inwoners van 'Palestina' geschat op slechts tussen de 50.000 en 100.000 mensen.
    De redenen daarvoor waren:
    - vele eeuwen van gewelddadigheden.
    - de verwaarlozing en ontbossing die daardoor optrad, veroorzaakte erosie. Het land werd daardoor steeds minder bruikbaar, door zowel moerasvorming als woestijnvorming.
    - het land werd daardoor vooral gebruikt door bedoeienen om geiten te hoeden, wat de erosie verder vesterkte.
    De Joodse immigratie zorgde voor een economische opbloei en een sterke verbetering van de voorzieningen (medisch, infrastructuur, enz.), wat een grote paralelle Arabische toestroom uit andere delen van het Ottomaanse rijk aantrok.

    In 1915 bestaat de bevolking van 'Palestina' uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren. Na de verovering van het land door de Engelsen in 1917 ontstaat er het westelijk deel van 'Palestina', west van de Jordaan en het oostelijk deel, ten oosten van de Jordaan.
    In 1922 bestaat de bevolking van (West) 'Palestina' uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren. In 1947 bestaat de bevolking van (West) 'Palestina' uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslim en christen Arabieren.

    Bijzonder sterke Joodse claim op het land
    De Joodse claim is buitengewoon sterk:
    1. Sinds ruim drieduizend jaar wonen er leden van het Joodse volk. Dit is uniek, geen ander volk kan dat zeggen.
    2. Internationaal gelegitimeerd door een besluit van de internationale gemeenschap, tot twee maal aan toe (zie hieronder: in 1922 en 1947). Dit is uniek.
    3. In ontwikkeling genomen. Tijdens de Arabische overheersing was het land volkomen vervallen tot enerzijds moeras en anderzijds dor. De Joden hebben de moerassen droog gelegd, bossen aangeplant en akkers ontwikkeld.
    4. De Arabische tijd heeft nauwelijks blijvende sporen nagelaten. Zo zijn de plaatsnamen van Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong en is van een eigen Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
    5. Voortgekomen uit de koloniale tijd, in defensieve oorlog tot stand gekomen. Het eerste geldt voor veel landen, het tweede niet, veel andere landen zijn via offensieve oorlogen tot stand gekomen.
    6. Vrije toegang voor andere religies tot hun heilige plaatsen. Dit was tijdens Moslim-dominantie niet altijd mogelijk.
    7. Zelf aangekocht. De Joden hebben vrijwel al het particulier grondbezit gekocht.


    Geschiedenis van de afgelopen anderhalve eeuw in jaartallen
    N.B. De vredesaanbiedingen die Israël heeft aangeboden dan wel heeft onderschreven zijn onderstreept weergegeven.
    Vanaf 1870 De terugkeer. De Joden begonnen uit de verstrooiing terug te keren naar het land van hun voorvaderen, het historische thuisland van de Joden.
    In tegenstelling tot koloniale bewegingen - zoals in de Verenigde Staten en Australie - worden de lokale bewoners niet verdreven, maar wordt het land waar men gaat wonen gekocht.
    De economische activiteit (werkgelegenheid!) en de medische zorg die de Joden introduceren trekt Arabieren aan uit andere delen van het Ottomaanse Rijk, zoals uit het huidige Egypte, Turkije en Bosnie. De vestiging van 40 Joodse families in het nieuwe dorp Rishon L'Tzion in 1882 bijvoorbeeld, trekt 400 Arabische families aan.
    1897 De terugkeer kreeg door toedoen van de Joodse journalist Theodor Herzl meer gestalte en de zionistische beweging ontstond. In 1897 organiseerde hij het eerste zionistencongres in Bazel. Wereldwijd wordt geld ingezameld om grond aan te kopen.
    1915 De bevolking van West 'Palestina' bestaat uit 83.000 Joden en ca. 590.000 moslim en christen Arabieren.
    1917 De Balfour declaratie. Het hele gebied van het huidige Israël en Jordanie werd door de Britse regering als thuisland aan het Joodse volk beloofd. De Engelse minister van Buitenlandse Zaken Arthur James Balfour, vaardigde op 2 november 1917 deze declaratie uit, als eerste staatsrechtelijke erkenning van Joods woonrecht in het toenmalige 'Palestina' en het voormalige land Israël.
    Het ging toen om het gebied West en Oost van de Jordaan, dat de Engelsen op Turkije veroverde in de eerste wereldoorlog en als mandaatgebied beheerde tot 1948. De Balfour Declaratie was het resultaat van lange onderhandelingen tussen de Engelse regering en zionistische leiders.
    Uitgaande van het zelfbeschikkingsrecht voor het Joodse volk was het volkomen logisch, zoals ook Winston Churchill destijds schreef: "Het is overduidelijk terecht dat de verspreide Joden een eigen thuis krijgen, en waar anders dan in 'Palestina' waar zij al 3.000 sterk aan verbonden zijn? Het is goed voor de wereld, goed voor de Joden, en het is ook goed voor de Arabieren; zij kunnen delen in de voordelen en de vooruitgang door het zionisme."
    1919 Faisal-Weizmann Overeenkomst. Er wordt een akkoord gesloten tussen de leider van de Arabieren Faisal (de emir van Saoedi-Arabie) en de Joodse leider Weizman. Daarin wordt de Joodse staat 'Palestina' door de emir erkend en steun toegezegd.

    1920 - Originele grondgebied
    toegewezen aan het Joodse
    Nationaal Tehuis
    1922 Trans-Jordanie. In 1922 werd de Balfour-Declaratie door de Volkenbond in het
    Engelse Mandaat over Palestina opgenomen. Zo werd Palestina dus formeel door de wereldgemeenschap juridisch aan een toekomstige Joodse staat toegewezen: "op basis van de historische connectie van het Joodse volk". Dit is nooit herroepen is en dus nog steeds geldig.
    Dit recht van het Joodse volk op een staat in wat nu Israël, Jordanie, de Golan hoogvlakte en de omstreden gebieden zijn, is dus internationaal vastgelegd lang voor de Tweede Wereldoorlog.
    Dit overigens met instemming van de Arabische landen, die kregen hun eigen landen uit de resten van het Ottomaanse Rijk.
    De Engelse regering echter, door toedoen van de staatssecretaris voor Koloniale Zaken Winston Churchill, bracht een statement uit dat de Balfour-Declaratie niet van toepassing was op het gebied aan de Oostoever van de Jordaan. Het Oostelijk deel werd door de Engelse regering aan de Arabieren toebedeeld en werd Trans-Jordanie genoemd. Churchill deed dit om tegemoet te komen aan de Arabieren.
    Het statement zei vervolgens dat de emigratie van Joden naar 'Palestina' in overeenstemming moest zijn met het economisch absorptievermogen van (West) 'Palestina'. Door de willekeurige houding van de Engelse regeringen en de instroom van Arabieren in (West) 'Palestina' liet het absorptievermogen steeds minder Joden toe.
    De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat door het oogluikend toestaan van de Britse regering van illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanie en Syrie, die ongehinderd kon doorgaan, men minder Joodse immigranten kon opnemen dan eerst gepland was. De economische ontwikkeling in het gebied door de Joodse immigratie trok namelijk ook veel Arabieren aan. In 1922 bestond de bevolking van (West) 'Palestina' uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren.

    1922 - Uiteindelijke grondgebied
    toegewezen aan het Joodse
    Nationaal Tehuis
    1929 Vanaf dit jaar neemt het Arabisch geweld tegen de Joodse inwoners snel toe, onder invloed van een mix van het zich ontwikkelende nazisme en Arabisch nationalisme. Dit stond onder de leiding van de mufti (hoogste Islamitische geestelijke) van Jeruzalem Al-Husseini. Hij was sterk anti-Joods, hij was aanhanger van de Moslim Broederschap - waaruit Hamas zou voortkomen. In de Tweede Wereldoorlog zou hij een nazi-oorlogsmisdadiger worden. Zie ook: de nazi wortels van de Palestijnen.
    Een dieptepunt is de aanval op de Joodse inwoners van Hebron in 1929, waarbij er 59 gedood worden en de rest wordt verdreven. Zo komt een eind aan 3.000 jaar Joodse aanwezigheid in de stad waar de aartsvaders en aartsmoeders begraven liggen.
    1933 Ongelijke strijd. De strijd om het land Westelijk van de Jordaan bleef. Na de opkomst van het nazisme in 1933 nam de emigratie van Joden naar toenmalig 'Palestina' sterk toe.
    De Peel Commissie concludeerde dat de Joden zelf het absorptievermogen van het land hadden vergroot, door de economische ontwikkeling die dat gaf. Later beperkte de Engelse regering - onder Arabische druk, in strijd met hun opdracht zoals vastgelegd in het Mandaat - echter de toegang voor Joden tot het mandaatgebied. Tijdens en na de Shoa in Europa was de weigering van de Engelsen Joodse vluchtelingen binnen te laten een verschrikking. Als dieptepunt geld het terugsturen van overlevenden van een concentratiekamp naar Duitsland. Veel Joden die aan de kust van de Middellandse Zee opgepakt werden door de Britten werden naar Cyprus verscheept. Aan de andere kant konden Arabieren zonder enige restrictie de Jordaan over steken.
    De Britse gouverneur in de Sinai Woestijn (1922-1936) meldde dat de illegale emigratie van Arabieren naar 'Palestina' niet alleen plaatsvond vanuit de Sinai Woestijn, maar ook vanuit Trans-Jordanie en Syrie (Palestine Royal Report, pagina 291).
    Dat de economische ontwikkeling door de Joodse immigratie - en de goede voorzieningen die de Joden meebrachten, zoals op medisch gebied - ook een grote Arabische immigratie aantrok blijkt keihard uit de cijfers in het Peel rapport. Gemengde Joods/Arabische steden bloeiden. Tussen de volkstellingen van 1922 en 1931 groeide de Arabische bevolking van Jeruzalem met 37%, van Jaffa met 62% en van Haifa zelfs met 86% ! Steden met vrijwel alleen Arabische inwoners bleven ongeveer gelijk (Hebron en Nabloes plus 7%) of krompen zelfs (Gaza min 2%).
    1937 Het eerste aanbod. Verdelingsplan Peel Commissie. In 1937 werd de Engelse Peel Commissie in het leven geroepen om een verdeelplan op te stellen. Deze commissie, onder leiding van Lord Peel, presenteerde een verdeling van een kleine Joodse staat en een grotere Arabische staat in Westelijk Palestina. Het plan hield voor de Joodse bewoners van het land een soort vrijstaat in van Galilea, de kuststrook en een door de Engelsen gecontroleerde corridor van Tel Aviv naar Jeruzalem.
    De Peel Commissie concludeerde in 1937 dat de enige logische oplossing van de tegenstrijdige aspiraties van de Joden en Arabieren, de verdeling van Palestina in twee aparte staten was. De Joden waren bereid te onderhandelen over de grenzen, maar de Arabieren wezen het plan af. De Arabieren hadden daarvoor twee argumenten:
    1. Het was onzinnig om een aparte staat Palestina te creeeren. Het gebied was eeuwenlang deel geweest van één Arabische natie die vanuit Damascus bestuurd werd. Het zou dus weer aan Syrie moeten worden toegevoegd, als Zuid-Syrie. Kortom, Palestina bestond niet, het was een verzinsel van de zionisten.
    2. Het was vanuit de Islamitische leer onmogelijk om ook maar een centimeter gebied als Joods te erkennen.
    De Peel Commissie rapporteerde trouwens dat Arabische klachten over Joods landbezit nergens op berusten: "veel van het land waar nu sinaasappelboomgaarden staan, waren zandduinen of moeras toen het het werd aangekocht. Er is geen bewijs dat de toenmalige eigenaren over de benodigde kennis of middelen beschikten om het land zelf te ontwikkelen."
    Ook concluseerde de Peel commissie dat de Joden een enorme impuls geven aan de Palestijnse maatschappij: "Elk jaar wordt het contrast groter tussen de moderne en goed georganiseerde Joodse gemeenschap en de ouderwetse Arabische wereld. Dit blijkt overal, wellicht het meest op cultureel gebied."
    1937 Arabische opstand tegen Britten en Joden, die duurt tot 1939. Er ontstaat daardoor nu echt een verwijdering tussen de Arabische en de Joodse inwoners van Palestina. Omdat de Joden zich verdedigen richten de Arabische terroristen hun geweld steeds meer tegen gematigde Palestijnen, voorstanders van een vreedzame oplossing. Arabische terroristen doodden in 1938 bijvoorbeeld 279 Joden en ruim 2.000 gematigde 'Palestijnen'.
    De opstand wordt gefinancierd en bewapend door nazi-Duitsland.
    1941 Wegens zijn vergaande collaboratie met de nazi's vlucht de grootmoefti naar Berlijn. In 1943 wordt hij rongeleid in Auschwitz en vertelt Himmler hem dat er al ongeveer 3 miljoen doden vermoord zijn. De grootmoefti is uiterst trots dat hij als 1 van de weinigen dit geheim krijgt toevertrouwd. Vanuit Berlijn werft hij 25.000 moslims voor de SS en maakt Arabische radio-uitzendingen waarin hij oproept de Engelsen te bestrijden en de Joden te doden. Hij wordt daarvoor na de oorlog als oorlogsmisdadiger aangemerkt door het Neurenberg tribunaal, maar weet te vluchten.
    1945 Strijdgroepen - van wat later de Likoed zou worden - proberen met aanslagen de Engelsen te bewegen om hun belofte voor een Joodse Staat in te lossen. Doelwitten zijn echter uitsluitend militaire objecten (hoofdkwartieren, gevangenissen, vliegvelden) en ook daarbij is het uitgangspunt zo min mogelijk slachtoffers te maken. De socialistische beweging wijst dit eerst af, maar doet later alsnog mee. De Engelsen weten geen raad meer met Palestina en vragen de VN om een besluit.
    1947 Het Tweede aanbod: Het Verdelingsplan van de VN, resolutie 181 in 1947. Een commissie stelde een nieuwe verdeling voor dat werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN. Het stuitte op verzet van Arabische zijde omdat zij vonden dat ze niet beloond werden naar hun meerderheid aan inwoners.
    De Joden hadden echter geen kans gehad tot de meerderheid uit te groeien omdat Arabieren van alle kanten vrij het land binnen konden komen terwijl Joden mondjesmaat werden toegelaten.
    Een probleem in het plan was Jeruzalem. Meer dan 100.000 Joden kwamen geisoleerd te zitten midden in Arabisch land. De inwoners van het Joodse deel waren 600.000 Joden en 350.000 Arabieren. In het Arabische deel woonden ca. 850.000 Arabieren.
    Naar Britse statistieken had 70% van het land in het Joodse deel geen eigenaar. Na het vertrek van de Britten werd de staat Israël eigenaar. 9% van het land in het Joodse deel had Joodse eigenaren en 3% had Arabische eigenaren die de Israëlische nationaliteit aannamen. 18% van het land in het Joodse deel behoorde aan Arabische eigenaren die het Joodse deel verlieten vanwege de Arabisch invasie. (The Government of Palestine pag. 257)
    Verschillende landen en commissies bogen zich over het probleem. De Joden accepteerden het Verdelingsplan maar de Arabieren wezen het af. In 1947 bestaat de bevolking van West Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslims en christenen.
    Overigens ontkennen Arabische woordvoerders dan nog dat er zoiets als een Palestijnse entiteit zou bestaan, er kan slechts gesproken worden over "Zuid-Syrie".

    De oprichting van de staat Israël
    moet met geweld voorkomen worden.
    Krantenartikel uit de London Times, 8 mei 1948.

    1948 Direct na het aannemen van de VN resolutie in november 1947 neemt het aantal Arabische aanslagen op Joden sterk toe.
    Op 16 februari 1948 rapporteert de 'Commissie voor Palestina' aan de Veiligheidsraad: "Krachtige Arabische groepen, zowel binnen als buiten Palestina, gaan in tegen de resolutie van de Algemene Vergadering en proberen welbewust met geweld de voorgestelde oplossing te blokkeren."
    De Joden weigeren zich te laten provoceren en beperken zich tot zelfverdediging. Eind maart 1948 verbaasd zelfs de Arabische bevelhebber Safwat zich er over dat: "de Joden hebben geen Arabisch dorp aangevallen, tenzij zij zelf daarvandaan werden aangevallen."

    1948 Oprichting van de Staat Israël. Na het vertrek van de Engelsen uit hun mandaatgebied roept David Ben Gurion op 14 mei 1948 de Staat Israel uit. De oprichting geschiedt op basis van het VN Verdelingsplan. Een meerderheid van staten waaronder de VS en de Sovjet-Unie erkenden de staat Israel en beschuldigden de Arabieren voor hun agressie.
    1948 Onafhankelijkheid Oorlog. Op de dag na de oprichting van de Staat Israel vallen op 15 mei zes Arabische landen Israel aan: Egypte, Jordanie, Syrie, Libanon, Saoedi-Arabie en Irak.
    Generaal Azzam Pasha van de Arabische Liga verklaart: "Dit wordt een oorlog van uitroeing, een enorm bloedbad waarover gesproken zal worden als dat van de Mongolen en de Kruistochten."
    De Mufti van Jeruzalem valt hem bij: "Ik verklaar een heilige oorlog, mijn Moslim broeders! Vermoord de Joden! Vermoord ze allemaal!"
    Jordanie annexeert de mandaatgebieden Samaria en Judea en noemde het voortaan 'Westbank'. Het zijn sindsdien betwiste gebieden.
    Ook het Oostelijk stadsdeel van Jeruzalem werd door de Jordaniers ingenomen. Veel Joodse inwoners van de Joodse wijk in de Oude Stad kwamen om het leven en hun hele wijk werd verwoest. Er worden 57 synagogen verwoest en de hele wereld zweeg, ook toen er veel Joodse graven van de Olijfberg werden verwoest en de grafstenen werden gebruikt voor urinoirs in de Oude Stad.
    Tijdens deze onafhankelijkheidsoorlog, die Israel wonderbaarlijk won met weinig militaire middelen, kwam 1% van de Israëlische bevolking om.

    Joden worden door het Jordaanse
    leger verdreven uit Oost-Jeruzalem;
    de Zionspoort in de muur van de
    Oude Stad van Jeruzalem, 1948. 
    1948 Het derde aanbod. Na de Onafhankelijkheidsoorlog bood Israel vredesonderhandelingen aan en een verdeelplan voor het land. Reactie: afgewezen.
    Gedurende de zomer van 1948 zond de VN Count Folke Bernadotte naar het Midden-Oosten om een bestand tot stand te brengen en onderhandelingen te starten. Zijn plan hield in dat Israel de Negev en Jeruzalem zou opgeven voor Trans-Jordanie en daar voor in de plaats westelijk Galilea te krijgen. Beide zijden wezen het af.
    Bernadotte schreef in zijn dagboek: "Ik vindt bij de Palestijnse Arabieren nauwelijks een ontwikkeld Palestijns nationalisme. De eis voor een onafhankelijk Arabische Staat in Palestina wordt nauwelijks gehoord en het schijnt mij toe dat onder de huidige omstandigheden de Palestijnse Arabieren tevreden zouden zijn met het Trans-Jordaanse burgerschap. (bron: Folke Bernadotte, To Jerusalem, London 1951, pag. 113)

    1948 Vluchtelingenprobleem. Door berichten in de Arabische media over wreedheden van de Joden vluchtten vermoedelijk tussen de een kleine 600.000 Arabieren. Zeventig procent van deze Arabische vluchtelingen heeft nog nooit een Israelische soldaat gezien.
    De reden van de vlucht waren oproepen van de Arabische leiders, zoals de Iraakse premier Nuri Said: "We zullen het land verpletteren met onze kanonnen en alle mogelijke schuilplaatsen van de Joden vernietigen. De Arabieren moeten hun vrouwen en kinderen daarom naar veilige gebieden brengen tot na de gevechten."
    In slechts een dorp - Lydda - werden de Arabieren door Israelische soldaten verdreven (boek 'Palestine betrayed' uit 2010), alle andere Arabische vluchtelingen deden dat uit eigen beweging.
    De Joden probeerden juist de Arabieren te bewegen om te blijven. De Britse politiecommandant van Haifa schreef in zijn rapport: "De Joden doen er alles aan om de Arabische bevolking te overtuigen om te blijven."


    Joodse vluchtelingen uit
    Samaria en Judea als
    gevolg van de Jordaanse
    etnische zuiveringen in 1948.
    Na de oorlog zagen ongeveer 900.000 Joodse vluchtelingen kans, die verschrikkelijke vervolgingen overleefd hadden, uit de Arabische landen te vluchten naar Israel. De Joodse vluchtelingen zijn volledig geintrigeerd in de Israelisch samenleving. Daarnaast vluchtten 300.000 Joden naar andere landen als Israel.
    Aantallen Arabische vluchtelingen aantallen verschillen nogal bij diverse waarnemers. Eind mei schatte de Syrische afgevaardigde van de VN, Faris el Khouri, het aantal op 250.000. Count Bernadotte, de afgevaardigde van de VN in het Midden-Oosten, schatte het aantal Arabische vluchtelingen op 360.000 (VN Document A/1648). Sir Rafael Cilento, directeur van de UNDRO, meldde in december 1948 dat hij 750.000 monden moest voeden terwijl er nooit meer dan 400.000 vluchtelingen konden zijn. Het was bekend dat Arabieren naar de vluchtelingenkampen gingen voor gratis eten en drinken. In september 1949 was het aantal inmiddels opgelopen tot ca. 1.000.000, volgens W. de St. Aubin, directeur van UN Field Operations. Overigens ging ongeveer tweederde van het ene deel van het land naar een ander deel en is daarmee formeel geen vluchteling.
    De meeste van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen uit 1948 zijn nu - 60 jaar na dato - uiteraard overleden. Om politieke redenen heeft de VN echter besloten dat kinderen waarvan een van de ouders een Palestijnse vluchteling is ook 'vluchteling' zijn en zo veel mogelijk in vluchtelingenkampen moeten blijven wonen (gefinancierd door de Verenigde Naties). Deze onzinnige regel is alleen geldig voor Palestijnen. Het gevolg is dat het aantal Palestijnse 'vluchtelingen' blijft toenemen, inmiddels miljoenen.
    In de oorspronkelijke resolutie over de vluchtelingen wordt trouwens niet over nakomelingen gesproken. In die (overigens niet-bindende) resolutie 194 staat dat vluchtelingen (zowel Arabische als Joodse) "die in vrede met hun buren willen leven" zouden moeten terug keren. De Arabische landen stemmen overigens tegen omdat de resolutie impliciet Israel erkent.

    Israël in de Arabisch/
    Islamitische wereld 
    1949 Wapenstilstand. Aangezien de Arabische buurstaten niet tot vredesonderhandelingen bereid zijn, sluit Israel noodgedwongen wapenstilstandsverdragen met ze. De wapenstilstandslijnen worden de facto grenzen, hoewel alle partijen zich uitdrukkelijk niet aan deze grenzen willen binden. Ofschoon deze 'grenzen' dus uit 1949 stammen, worden ze misleidend 'de grenzen van 1967' genoemd. Zo lijkt het of ze van recenter datum zijn en of het internationaal erkende grenzen zijn, in plaats van slechts wapenstilstandslijnen.
    Israel beslaat met deze grenzen 18% van het oppervlak van het voormalige mandaatgebied Palestina.

    1956 Suez Crisis. Door de oorlogsdreiging van de Egyptische president Nasser en de blokkade die hij instelde voor scheepvaart van en naar Israel in het Suez kanaal, viel Israel op 29 oktober de Sinai woestijn binnen. Israel, gesteund door Frankrijk en Groot-Brittanie veroverde het hele gebied, inclusief de Gaza-strook.
    Nasser sprak eerder in 1956 over Egyptische helden (fedayeen), zonen van Farao die het land Palestina zullen reinigen. De fedayeen was een verzamelnaam van kleine groepjes terroristen. Naast de blokkade van het Suezkanaal waren de aanvallen van de fedayeen een belangrijke reden voor Israels aanval op Egypte. De Israelische ambassadeur voor de VN, Abba Eban, sprak over de fedayeen op 30 oktober 1956 voor de veiligheidsraad: "vanaf 1950 telde Israel 1339 grensgevechten met gewapende Egyptenaren, 435 invallen van fedayeen in Israel, 172 gevallen van sabotage van de fedayeen in Israel. Als gevolg van deze acties stierven 1001 Israeli's en werden er 364 gewond."
    Onder grote druk van de VS, die niet in de aanval op Egypte was gekend, trok Israel zich terug uit alle veroverde gebieden. De oorlog beeindigde de activiteiten van de fedayeen, totdat ze zich later verenigden in de Palestine Liberation Organisation (PLO).
    Vierde aanbod. Ook na deze oorlog bood Israel weer aan om over vrede te onderhandelen. Het werd algemeen afgewezen.
    1964 Oprichting van de PLO. In 1964 wordt op de Olijfberg in Oost-Jeruzalem door Yasser Arafat de PLO opgericht. Deze naam staat voor Palestine Liberation Organisation. Terwijl de betwiste gebieden 'Westbank' en de Gaza-strook nog (illegaal) in handen zijn van Jordanie en Egypte, spreekt Arafat van de bevrijding van Palestina. Daar bedoelde hij mee de vernietiging van de fragiele staat Israel door geweld en terreur. Zie het Handvest van de PLO, (dat ondanks vele beloften nooit herroepen is): "Palestina met de grenzen die het had gedurende het Britse Mandaat is een ondeelbare territoriale eenheid. ... Gewapende strijd is de enige manier om Palestina te bevrijden. ... Het Verdelingsplan is illegaal. ... Claims van historische of religieuze banden van Joden zijn niet in lijn met historische feiten. ... Alle oplossingen die niet de totale bevrijding van Palestina inhouden worden verworpen."
    Dit wordt in 1974 bevestigd in het PLO plan voor een eventuele "Gefaseerde bevrijding van Palestina".
    Spoedig zou de wereld horen van bomaanslagen en vliegtuigkapingen. Dieptepunten waren de moord van 11 Israelische atleten tijdens de Olympische Spelen van Munchen in 1972 en de aanslag op een school in Noord-Israel in 1974 met 26 dodelijke slachtoffers, meest kleine kinderen.
    1967 Zesdaagse Oorlog. Eerst sloot de Egyptische president Nasser de Straat van Tiran af voor Israelische scheepvaart (daarmee de belangrijke haven van Eilat blokkerend, een daad van oorlog) en stuurde de VN vredesmacht naar huis, daarmee zijn grens vrij makend om Israel te kunnen aanvallen. De Syrische minister van Defensie, Hafez Assad, sprak over Israel te vernietigen. Vervolgens nam Israel in zes dagen de Golan hoogvlakte in, de betwiste gebieden en de Sinai woestijn.
    De verovering van de Westbank gebeurde nadat Jordanie Israel had aangevallen, ondanks dringende beroepen van Israel om zich buiten de oorlog te houden.
    Arabische uitspraken van vlak voor de oorlog:

    • "Onze daad zal de wereld verbazen. Ze zullen zien dat de Arabieren klaar staan voor oorlog. ... Wij erkennen het bestaan van Israël niet. ... Het is al oorlog sinds 1948."
      (president van Egypte Gamel Abdel Nasser, 28 mei 1967))
    • "Wij willen een volledige bevrijdingsoorlog om de zionistische vijand te vernietigen."
      (president van Syrie Nureddin al-Attasi, 22 mei 1967)
    • "Als militair geloof ik dat de tijd is gekomen om de slag tot vernietiging in te gaan."
      (Syrische minister van Defensie Hafez Assad, 20 mei 1967)
    • "Het bestaan van Israël is een fout die gecorrigeerd moet worden. Ons doel is duidelijk: Israël van de kaart vegen. ... Broeders, laten wij elkaar ontmoeten in Tel Aviv en Haifa."
      (president van Irak Abdel-Rahman Aref, 31 mei en 1 juni 1967)
    • "Dit is een strijd voor het thuisland - het is wij of de Israeli's. De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken. Overlevenden van de oorspronkelijke Joodse bevolking kunnen blijven, maar ik schat dat geen een het zal overleven."
      (voorzitter van de PLO Ahmed Shukairy, 1 juni 1967)

    Zoals hiervoor vermeld waren het al betwiste gebieden, omdat Gaza en de Westbank behoorden tot het mandaatgebied, dat door de Volkenbond al in 1922 als Joods nationaal tehuis was aangewezen.
    En Jordanie, dat het van 1948 tot 1967 geannexeerd had, is zeker alle aanspraak op het gebied kwijtgeraakt, omdat het dit verloor in een zelf begonnen oorlog.

    1967 Vijfde aanbod. Israel bood onmiddellijk land aan in ruil voor vrede. Op 1 september besluit de Arabische Liga in Khartoum echter tot de drie beruchte nee's: Vrede met Israël: Nee! Onderhandelingen met Israel: Nee! Erkenning van Israël: Nee!
    De Veiligheidsraad neemt de beroemde resolutie 242 aan, die nog steeds de basis vormt voor de vredesonderhandelingen: terugtrekking van Israël in ruil voor erkende en veilige grenzen.


    De wapenstilstandslijnen
    van 1949 (de zogenaamde
    'grenzen van 1967')
    Niet erg veilig voor Israël
    1973 Jom Kippoer Oorlog. Op de heiligste dag in 1973, Jom Kippoer ofwel Grote Verzoendag, vallen Israels vijanden van alle kanten Israel binnen. Op de Golan hoogvlakte staan 180 Israelische tanks tegen een overmacht van 1.400 Syrische tanks. Bij het Suez Kanaal staan 500 Israelische militairen tegen een overmacht van 80.000 Egyptische militairen. Israel wordt bijna onder de voet gelopen maar weet zich wonderbaarlijk te herstellen en wint de oorlog.

    1973 Zesde aanbod. Na de Yom Kippoer oorlog, die begonnen was door de onverwachte aanval van de omringende landen op de meest heilige dag van het Joodse volk Jom Kippoer, bood Israel weer vrede aan: het antwoord was weer: nee!

    1974 De PLO besluit tot het plan voor de gefaseerde vernietiging van Israel. Dit houdt in dat zelfs als er een Palestijnse staat komt de PLO niet zal stoppen met geweld tot 'heel Palestina' Arabisch zal zijn.

    1978 Camp David akkoorden. In 1978 wordt er een vredesakkoord gesloten tussen Israel en Egypte. President Anwar Sadat van Egypte en premier Menachem Begin van Israel ondertekenen het akkoord onder het toeziend oog van de Amerikaanse president Carter in Camp David. Israel ging akkoord met de volledige terugtrekking uit de Sinai woestijn in ruil voor normale betrekkingen tussen Egypte en Israël.
    De Sinai woestijn maakte 80% deel uit van het hele gebied wat Israël toen in beheer had. Israel trok zich terug uit de Sinai woestijn en ontruimde twee nederzettingen. Er ontstonden betere betrekkingen met Egypte maar vanuit Westerse optiek verre van normaal.
    Zevende aanbod. In de Camp David akkoorden wordt de mogelijkheid van autonomie voor de Palestijnen opgenomen. Hier komt niets van terecht, omdat Palestijnen die daar aan mee wilden werken door de PLO met de dood bedreigd werden.
    1982 Sinds dat de PLO in 1970 met geweld uit Jordanie is verwijderd zit het in Libanon, van waaruit aanslagen op Israel worden georganiseerd. Israel valt daarom de PLO in Libanon aan. De top van de PLO vertrekt naar Tunis. De toenmalige Israelische minister van defensie Sharon laat christelijke strijdgroepen controleren of alle PLO terroristen uit de kampen Shabra en Shatila vertrokken zijn. Helaas doden zij daarbij honderden burgers, uit wraak voor de vele wreedheden die de PLO tegen de christenen begaan had.
    1985 Hezbollah stelt haar programma vast: "Onze strijd zal pas eindigen wannneer deze entiteit [Israel] is weggevaagd. Wij erkennen geen verdragen er mee, geen wapenstilstand en geen vredesakkoorden."

    1987 Eerste Intifada. Onder leiding van Yasser Arafat vanuit Tunis breekt in 1987 een door de PLO georganiseerde opstand uit, genaamd Intifada. Anders dan de heersende gedachte in die tijd, was hun doel niet in de eerste plaats Israeli's te doden door aanslagen.
    Het eerste doel van de PLO was de Palestijnse bevolking in Judea en Samaria achter hun zaak te krijgen. Ze drongen in scholen om leerkrachten te bewerken. Angst was het devies. Op veel scholen werden sindsdien leerlingen opgehitst tegen Israel. Ook bediende de PLO zich van gemaskerde bendes die vermeende collaborateurs (mensen die zakelijke of andere contacten hadden met Israeli's) thuis opzochten, en hen voor de ogen van hun familieleden met bijlen en messen afslachten. De Jeruzalem Post maakte regelmatig melding van deze aanslagen op hun eigen mensen. Geleidelijk aan verschenen de bekende plaatjes op de journaals van stenengooiende Palestijnse jeugd. De normale contacten tussen Joden en Arabieren werden onder druk gezet en er werd haat gezaaid tegen Israël.
    1988 Hamas stelt haar Handvest vast: "Het doel is om de vlag van Allah over elke centimeter van Palestina te hijsen. ... Vredesvoorstellen zijn strijdig met de uitgangspunten van Hamas. ... Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem anders dan Jihad. ... De Joden willen de wereld beheersen, er is nooit ergens een oorlog uitgebroken zonder hun vingerafdrukken erop. ... De moslims zullen zo moeten vechten en doden dat de tijd zal komen dat de bomen en stenen zullen roepen: er verschuilt zich een Jood achter mij, kom hem doden."
    1988 Abu Iyad, de tweede in commando na Arafat verklaart: "De oprichting van een Palestijnse staat in een deel van Palestina is slechts een tussenstap in de richting naar heel Palestina."
    Twee jaar later herhaalt hij dat de PLO: "Palestina zal bevrijden - centimeter na centimeter - vanaf de [Middellandse] zee tot aan de [Jordaan] rivier."
    1993 Achtste aanbod, Oslo akkoorden. In het begin van de jaren '90 wordt er in het geheim onderhandelingen gevoerd tussen linkse Israëlische politici en Palestijnse onderhandelaars. Door deze handelswijze en de vorming van een links kabinet van premier Rabin stond het volk voor een voldongen feit: de onderhandelingen met aartsterrorist Arafat in Washington in 1993.
    De wereld vond het allemaal prachtig en geloofde dat er nu echt iets zou veranderen. Arafat had in een persoonlijke brief toch bezworen dat de terreur tot het verleden zou behoren?
    Maar gedurende 1993 vonden er meer aanslagen tegen Israeli's plaats dan ooit tevoren in Israël. Het fenomeen van de zelfmoordaanslag deed zijn intrede. Moslim-fundamentalisten van Hamas en Islamitische Jihad vonden het idee van vrede met de Joden afzichtelijk en en starten dus met de aanslagen op bussen, restaurants, disco's enz.
    In maart van het jaar 1993 sloot Rabin de betwiste gebieden af vanwege terreur waardoor van de ene op de andere dag veel 'Palestijnse' werknemers niet meer naar hun werk konden. Israël begon de ene na de andere bepaling van Oslo uit te voeren. Het aantal bepalingen van Oslo dat Arafat uitvoerde was nul!
    De inmiddels overleden PLO'er Hoeseini noemde de Oslo akkoorden het paard van Troje. In plaats van de Oslo bepaling terreur organisaties op te ruimen werd er aan een nog veel groter terreur netwerk gebouwd. Een leger van grote en kleine zelfmoordenaars.

    Kijk eens naar de bepalingen, heel kort weergegeven, die de beide partijen overeen kwamen en de uitwerking ervan tot nu toe.

    Israël beloofde:

    • Erkenning van de PNA/PLO, genaamd Palestijnse Autoriteit,
    • Opgeven van land, Gaza en Jericho eerst,
    • Toestaan van Palestijnse politiemacht van 10.000,
    • Geven van kleine wapens voor Palestijnse politie,
    • Informeren van het Israelische publiek over vredesakkoord,
    • Belofte van een Palestijnse staat in 5 jaar.


    De PNA/PLO beloofde:
    • erkennen van het bestaansrecht van Israël.
    • stoppen met terreur en starten van onderhandelingen.
    • ontmantelen van de terreurorganisaties.
    • weghalen van passages uit het PLO handvest inzake het vernietigen van Israël.
    • beeindigen van alle geweld.
    • uitsluitend partijen laten meedoen aan verkiezingen die Israel erkennen.
    • de vreedzame oplossing communiceren naar de bevolking.
    Israël maakte vijf van de zes beloften waar, de PNA nul van de zeven. De PA deed zelfs het tegenovergestelde: het aanmoedigen en ondersteunen van terreur en het verheerlijken van geweld en martelaarsschap, zelfs bij jonge kinderen.
    Arafat kon helaas de omslag van terrorist naar staatsman niet maken. Hij had een externe vijand nodig om zijn corrupte en van vriendjespolitiek doordrenkte regime staande te houden.
    1994 Vrede met Jordanie. De betrekkingen worden genormaliseerd en de rivier de Jordaan blijft de grens, zoals vastgesteld in het Mandaat.
    2000 Negende aanbod, Ehud Barak. De Israelische premier Ehud Barak biedt Arafat geheel Gaza en 97% van de Westbank aan en Oost Jeruzalem (inclusief de Tempelberg) als hoofdstad om daar een Palestijnse staat te vestigen. De 'Palestijnen' krijgen tevens 30 miljard dollar schadevergoeding voor de vluchtelingen. Arafat zegt nee. Op 25 juli worden de onderhandelingen afgesloten, de Amerikaanse president Clinton en Ehud Barak zijn verbijsterd over Arafat. Zie: Clinton to Arafat: It's all your fault.
    Prins Bandar was namens Saoedi-Arabie bij de onderhandelingen. Hij is er van overtuigd dat het een geweldig aanbod is, het beste dat de Palestijnen ooit kunnen verwachten. Hij waarschuwde Arafat: "Als je dit weigert, is het geen tragedie, dat is een misdaad."
    Arafat koos voor de misdaad....
    Na het mislukken van de onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit word de tweede Intifada voorbereid.

    De vredesvoorstellen van Barak
    en Sharon, 2000 en 2001.
    Alleen het witte en lichtgrijze
    gebied zou bij Israël blijven.
    2000 Tweede Intifada. In de zomer van het jaar 2000 werden er overal in de betwiste gebieden en in de Gaza-strook jonge 'Palestijnen' gerecruteerd voor een nieuwe geweldspiraal tegen Israël. Arafat geeft het sein voor de aanval als Ariel Sharon als Knesset lid, na vooroverleg met de Israëlische Autoriteiten en de PNA, gaat kijken op het Tempelplein naar vernielingen door de Islamitische Waqf. Als gevolg van deze geweldsgolf komen honderden Israëli's en 'Palestijnen' om.
    2002 Israël start met de bouw van een veiligheidshek tegen terroristen. Het doet het aantal Israëlische terreurdoden drastisch dalen. Ook het aantal Arabische doden door Israëlisch geweld loopt hierdoor sterk terug. Het aantal Arabische doden door inter-Arabisch geweld gaat dit vanaf 2005 zelfs overtreffen.
    2003 Tiende aanbod: Routekaart voor vrede. Deze wordt wel mede door de Palestijnen ondertekend, maar die geven direct daarop aan de belangrijkste bepaling (die zij ook al zonder resultaat hadden onderschreven in de Oslo-akkoorden) niet te zullen uitvoeren: het beeindigen van terreur en de ontmanteling van terroristische organisaties.
    2005 De eenzijdige terugtrekking van Israel uit de Gazastrook. De bouw van het veiligheidshek heeft het mogelijk gemaakt dat Israël zich behoorlijk tegen terroristen kan beschermen zonder fysieke aanwezigheid. Een groot probleem blijven de vele raketten die vrijwel dagelijks over het hek afgevuurd worden.


    Het antiterroristenhek
    moet de Israëlische
    bevolking beschermen
    tegen terreuraanslagen.
    2005 Dit is het eerste jaar dat er meer Arabieren omkomen door onderling geweld dan door Israëlisch geweld. Het is een trend die zich nadien versterkt zal voortzetten.
    Dat is niet verbazingwekkend. Sinds het einde van de Israelische bezetting en het begin van Palestijnse autonomie ruim tien jaar geleden hebben de Palestijnen zich enorm bewapent. En is er een onafgebroken hersenspoeling geweest - door de Palestijnse media en het onderwijs - dat geweld en het sterven als martelaar het mooiste is wat er te bereiken is.
    2006 Hamas wint de 'Palestijnse verkiezingen'. Een aantal landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, hebben zich vergeefs verzet tegen het meedoen van Hamas aan de verkiezingen, want nergens anders ter wereld wordt toegestaan dat terroristische en/of racistische organisaties aan verkiezingen meedoen. In een waarachtige democratie horen die niet deel te nemen aan een regering, want dan regeert in werkelijkheid de geweerloop.
    2006 In reactie op de Hamas-regering kondigen de donorlanden van de Palestijnen een financiele boycot af om Hamas onder druk te zetten haar standpunt te matigen. Hamas dient het geweld af te zweren, het bestaansrecht van Israel te erkennen en bestaande vredesafspraken na te komen. Uiteindelijk blijkt de financiele hulp over 2006 drie maal zo hoog te zijn als het voorgaande jaar.
    2006 Hamas en Hezbollah vallen samen Israël binnen 'de grenzen van 1967' aan, ondanks de Israëlische terugtrekkingen uit Libanon en de Gazastrook. Zij maken daarmee duidelijk dat wat Israël ook doet om vrede te bereiken, zij het vermoorden van Joden zullen voortzetten uit onvervalst antisemitisme.
    Hezbollah aanvoerder Nasrallah zegt dat onomwonden: "Laat alle Joden maar naar Israël vertrekken, dan hoeven wij niet wereldwijd op ze te jagen."

    2007 Hamas valt Fatah aan in de Gazastrook en neemt het bestuur daar over. Dat richt zich vervolgens volledig op het binnensmokkelen van wapens, het aanleggen van bunkers en het afschieten van raketten op Israël.

    2008 Elfde aanbod: In geheime onderhandelingen biedt premier Olmert van Israël een Palestijnse staat aan, op basis van de wapenstilstandlijnen van 1949 (vaak de 'grenzen van 1967') genoemd, met enkele grenscorrecties. De Palestijnse president Abbas weigert.

    2008 Hamas verklaart dat het Israël nooit zal erkennen. Er zal dus nooit vrede met Israël kunnen zijn, hoogstens een wapenstilstand.
    December: Hamas zegt de wapenstilstand op en intensiveert de raketbeschietingen die al zeven jaar (!) aan de gang zijn. Israël reageert met een militair offensief. Hamas verschuilt zich daarbij bewust tussen burgers, de oorlogsmisdaad van 'het menselijk schild' en is zo verantwoordelijk voor de burgerslachtoffers die vallen. Zie: Palestijnse menselijke schilden: "De dood is ons middel. Daarom gebruiken wij ouderen, vrouwen en kinderen als menselijk schild. Zij doen het fantastisch. Wij houden zo van de dood, zoals de Zionisten van leven houden."

    2009 De Fatah partij van president Abbas houdt haar zesde Algemene Congres: "De gewapende strijd zal pas stoppen als de Zionistische Entiteit is geelimineerd en Palestina is bevrijd."

    2009 Twaalfde aanbod: Premier Netanjahoe verklaart zich bereid tot een tweestatenoplossing. Om de onderhandelingen vlot te trekken kondigt hij tevens een vrijwillige, tijdelijke bouwstop in de nederzettingen af (met uitzondering van de Joodse wijken van Jeruzalem).

    2010 De geschiedenis herhaalt zich wederom. Zowel Hamas als Fatah weigeren te onderhandelen over vrede.

    Lees meer...

    De Balfour declaratie

    De Balfour declaratie is een officiële verklaring in briefvorm, van Lord Arthur Balfour, de Britse Minister van Buitenlandse zaken, aan Lord Lionel Walter Rothschild. Lord Victor Rothschild was zionistisch leider in Groot-Brittannië.

    In 1922 ratificeerde de Volkenbond het mandaatdocument voor Palestina en nam de letterlijke tekst van de Balfour declaratie over.

    Nederlandse vertaling

    Balfour Declaratie (1917)

    Ministerie van Buitenlandse zaken
    2 november 1917

    Geachte Lord Rothschild,

    Met groot genoegen zend ik u, namens de regering van Zijne Majesteit, de volgende verklaring van sympathie met het Joodse zionistisch streven dat aan het kabinet werd voorgelegd en door het kabinet is goedgekeurd.

    "De regering van Zijne Majesteit staat welwillend tegenover de oprichting in Palestina van een nationaal tehuis (Engels: home) voor het Joodse volk en zal zich naar haar beste mogelijkheden inspanningen getroosten om het bereiken van dat doel te vergemakkelijken, waarbij vanzelfsprekend niets gedaan zal worden dat afbreuk zou kunnen doen aan de maatschappelijke en godsdienstige rechten van de niet-joodse gemeenschappen in Palestina, of aan de rechten en politieke status die joden genieten in welk ander land dan ook."

    Ik ben u erkentelijk wanneer u deze verklaring ter kennis wilt brengen aan de zionistische federatie.

    Met vriendelijke groeten,
    Arthur James Balfour

    Originele Engelstalige tekst

    Balfour Declaration (1917)

    Foreign Office
    November 2nd, 1917

    Dear Lord Rothschild:

    I have much pleasure in conveying to you. on behalf of His Majesty's Government, the following declaration of sympathy with Jewish Zionist aspirations which has been submitted to, and approved by, the Cabinet:

    His Majesty's Government view with favor the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavors to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

    I should be grateful if you would bring this declaration to the knowledge of the Zionist Federation.

    Yours,
    Arthur James Balfour

    Lees meer...
    Jeruzalem na het jaar nul
    UTRECHT - Jeruzalem is ruim drieduizend jaar geleden door de Joden gesticht. Jeruzalem ligt in Judea, vernoemd naar één van de twaalf stammen van het volk Israël. De benaming Jood is afkomstig van Judea. In 832 voor het jaar nul werd de eerste Israëlische Tempel in Jeruzalem gebouwd. In 422 voor het jaar nul verwoestte de Arabieren (Babyloniërs) deze Tempel. In 352 voor het jaar nul bouwde het volk Israël de Tweede Tempel op de fundamenten van de Eerste Tempel. In 68 na het jaar nul werd deze Tempel door de Europeanen (Romeinen) verwoest.
    Jeruzalem in het jaar 1898
    Joden stammen af van het volk Israël en de zogenaamde Palestijnen komen uit Arabië. De Filistijnen kwamen overigens uit Europa (Cyprus), maar hun cultuur is volledig verloren gegaan.
    In 136 na het jaar nul liet de Romeinse keizer Hadrianus elke herinnering aan de Joden uitbannen. Jeruzalem werd Aelia Capitolina en het land Israël werd deel van de 'Syria-Palaestina'. Pas in de vierde eeuw kreeg de stad van David de naam Jeruzalem terug, toen gingen er ook weer meer Joden wonen.
    Jeruzalem werd pas in 638 door Kalief Omar veroverd. In die tijd stonden er alleen kerkgebouwen in de stad en ook op de Tempelberg. Omstreeks het jaar 711, 79 jaar na de dood van Mohammed werd de Byzantijnse kerk op het Tempelplein in een moskee veranderd. Na wat kleine verbouwingen noemde men de kerk voortaan de Al-Aksa moskee Gedurende vele eeuwen doelde de naam Palestina niet op een zelfstandig bestuurd land. Het gebied werd in 1516 veroverd door de Osmanen (Turken) en maakte vanaf dat moment deel uit van het Ottomaanse Rijk. Pas in 1920 kwam daarin verandering, nadat de Turken waren verslagen.
    De Britten kregen het Mandaatgebied Palestina (Israël en het huidige Jordanië) toegewezen daar de Volkerenbond. De Britten kregen van de Volkenbond de opdracht om in het Mandaatgebied Palestina een Joods Nationaal Tehuis te doen ontstaan.
    Het Joods Nationaal Tehuis werd pas in 1948 verwezenlijkt. De oude stad Jeruzalem zou, omdat het belangrijk is voor de drie grootste geloven, onder internationaal toezicht komen.
    In 1948 veroverde het Arabische Legioen de oude stad Jeruzalem. Opnieuw werden de overlevende Joden, tijdens de Arabische belegering van Jeruzalem werden honderden Joden vermoord door de moslims, de stad uit gegooid. Nadat de vrouwen en meisjes verkracht waren door de moslims. Jeruzalem werd door Jordanië bezet, de volkerenbond heeft hier nooit iets tegen ondernomen. De stad had voor de moslims alleen een grote symbolische waarde omdat de al-masjid ul-aqsā (kortweg: Al-Aqsamoskee, vertaald: "De verste moskee") in deze stad staat. De al-masjid ul-aqsā was overigens daarvoor de Byzantijnse kerk welke was gebouwd op de resten van de (Eerste- en Tweede) Tempel.
    Tussen 1948 tot 1967 sloegen de moslims elke synagoge, waarvan velen eeuwenoud, die ze in Jeruzalem kon vinden in puin. Geen enkele Jood werd toegelaten tot de Kotel, het laatste deel van de Tempel en daarmee het belangrijkste Joodse religieuze monument.
    Tijdens de Zesdaagse Oorlog werd de oude stad Jeruzalem veroverd en herenigd met het volk Israël. Moslims werden wel toegelaten in Jeruzalem, sterker nog
    Sinds het jaar 136 tot 1967 was het oude deel van Jeruzalem (Aelia Capitolina nog al-Qoeds) een officiële hoofdstad. Dus van geen enkel volk. Het Jodendom beschouwde de stad wel als de hoofdstad van het jodendom.
    Gezien bovenstaande is het niet zo gek dat de Israëliërs liever Oost-Jeruzalem niet afstaan aan de Arabieren. De kans dat zij dan niet meer naar de klaagmuur mogen, is dan namelijk levensgroot. Temeer daar de Palestijnse Autoriteit (PA) heeft aangegeven dat de islam de staatsgodsdienst van een toekomstige Palestijnse staat moet worden.
      Bron:
    • Van Kanaän tot Israël
    Lees meer...   (3 reacties)
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl